Tijd voor nieuwe afspraken

Drie jaar geleden startte ik deze blog. Ik nam mij voor er minstens om de week één te schrijven en startte met 10 dagen lang één per dag. Ik ben redelijk goed in het nakomen van afspraken, vooral met mijzelf. Als ik ze niet nakom ben ik behoorlijk teleurgesteld in mijzelf en dat trek ik slecht. Als iemand teleurgesteld in je is, kun je diegene nog een beetje ontwijken, dat lukt niet als je het zelf bent. Nouja goed, je snapt het.

Ik schreef over alles wat de wereld bezighoudt in relatie tot mijzelf, of omgekeerd. Onderwerpen als #Metoo kwamen voorbij, relaties, minachting, respect, masturbatie, dood, vriendschap, oprechtheid, kunst en wat al niet meer. Ik hield van de vaste regelmaat van de blog. Het houdt mij als schrijver scherp, ik vraag mij immers de hele tijd af; wat gebeurt er? Wat doet dat met mij? Is dat echt zo? Klopt dat met de werkelijkheid of loop ik de boel (lees: mijzelf) weer voor de gek te houden? Maar eerlijkheidshalve moet ik ook toegeven dat het een manier was om een plek voor mijzelf te veroveren in de zogenaamde schrijverswereld, of wat er voor doorgaat. Ik wilde namelijk gelezen worden en dat lukte met die ene bundel die verscheen in 2015 nog niet zo best.

Inmiddels zijn we drie jaar, twee boeken en 107 blogs verder. Ik reisde mee met de Poëziebus, stortte mij in een avontuurlijke romance die een dramatische wending nam, ontdekte de vrouwenliefde en zei haar weer gedag, stortte in en klom weer op, zei mijn baan op en trok in een boshut, studeerde af, debuteerde, tinderde, zwaaide zoonlief uit en begon weer te roken, stopte er weer mee, nam beslissingen over leven en dood en vond De Liefde, met een hoofdletter dit keer en schreef overal over.

Naast het feit dat ik het heerlijk vond en vind om regelmatig te schrijven over wat mij bezighoudt, wat me opvalt en wat ik constateer, denk en waarover ik mij verwonder, had ik ook haast. Haast om al vergeten te zijn zonder ooit werkelijk te hebben kunnen doen wat ik echt te doen heb, namelijk schrijven. Die haast ben ik kwijt.

De afgelopen maanden werd mij regelmatig gevraagd wanneer de nieuwe blog verschijnt, of ik ermee ben opgehouden, of ik niets meer meemaak.

Het tegendeel is waar: ik werk aan een nieuwe roman. Heel gestaag, dagelijks een stukje. Volgende week start ik als student met de Master Kunsteducatie. De Liefde en ik namen er samen een hond bij. We wonen heen en weer in Nijmegen en/of in Amsterdam. Het leven is goed voor mij. Ik ben de haast kwijt. De drang om een plaats te veroveren in de schrijverswereld probeer ik te onderdrukken, nu ik begrepen heb dat ik daarop toch geen invloed kan uitoefenen, of dan in elk geval niet op manieren die mij passen.

Ik geniet van het kleine, haastloze leven waarin het mij redelijk lukt de behoefte aan grandiose erkenning en de wens erbij te mogen horen weet te onderdrukken (mm klopt dat wel? misschien moet ik hier binnenkort eens een blogje aan wijden?) Het zal vast ook weer anders worden maar tot die tijd geen tweewekelijkse blog. Of misschien wel, maar daarover maak ik voorlopig geen afspraken.

Wie we zijn als niemand kijkt

Voor zolang ik mij herinner, bekijk ik de wereld op twee verschillende manieren. Ten eerste kijk ik (uiteraard) vanuit mijzelf naar de wereld. Op die manier neem ik waar wat ik tegenkom en wat ikzelf veroorzaak/ teweegbreng. Ten tweede kijk ik vanuit mijzelf náár mijzelf. Ik probeer mijzelf te zien zoals de ander mij ziet. Op die manier constateer ik de multi-interpretabele zelf die ik ben.

Authenticiteit: echtheid, oorspronkelijkheid (Kramers)

Authenticiteit: de benoeming van iets dat oorspronkelijk en echt is. Als iets authentiek is, dan is het geloofwaardig. (Ensie)

Authentiek: gelijk aan het origineel, echt en daardoor betrouwbaar (Van Dale)

Ik ben ook jij (een kleine anekdote)

Ik woon in de buurt van de Waal met haar prachtige Uiterwaarden. Ik fiets graag over de dijk. De weg is niet heel breed en als ik met mijn hond naast mij fiets, neem ik een derde van de weg in beslag. Op een dag fiets ik daar en word nauw ingehaald door een auto. Auto’s mógen op de dijk rijden. Deze auto reed waarschijnlijk niet sneller dan de maximaal toegestane snelheid: 50 km/h. De harde muziek uit de auto overstemt het vogelgekwetter, het getrippel van de pootjes van de hond, het ontspannen rateltje van mijn fiets.

Achter het stuur zit een vrouw met een petje. Ze heeft haar strakke blik op het asfalt gericht. Ik denk niet dat ze geeft om de natuur, niet dat ze ziet hoe mooi het hier is. Waarschijnlijk gooit ze straks ook nog een blikje uit het raam.

En:

Ik heb in de tuin gewerkt en ben de tijd vergeten. Ook ben ik vergeten dat ik een afspraak heb in de stad. Ik ontdek het als ik nog een half uur heb om er te komen. Snel was ik mijn handen, werp een blik in de spiegel en speer naar de auto. Ik neem de route over de dijk om de file op de brug te voorkomen. Het is druk met fietsers, ze fietsen breeduit met twee of drie naast elkaar, ik moet er zigzaggend langs. Het irriteert me, maar met een beetje opletten en gassen lukt het.

In 2018 trok ik voor drie maanden in een boshuisje om mijn roman af te maken. Ik had mijn baan opgezegd en geen verdere verplichtingen buiten de deur, geen buren. Het eerste waar ik mee ophield was in de spiegel kijken. Waar ik ook mee ophield was het aanschouwen van mijzelf vanuit het perspectief van de ander, er wás immers geen ander. Als ik opstond, vaak voor dag en dauw omdat het verrekte koud was, gooide ik twee blokken hout op het smeulende vuurtje, schoot een joggingbroek en een trui aan, stapte in mijn winterlaarzen en liep met mijn hond aan mijn zijde het bos in. Meestal vond ik weinig reden die outfit bij terugkomst om te ruilen en dus liep ik hele dagen rond in de joggingbroek. Ik werd me er pas gewaar van als iemand liet weten langs te komen. Dán vroeg ik me af: kan dit?

In de weken dat ik in de boshut woonde, was ik met name de oervrouw die ik ook ben. Ik heb haar twee maal ten volle uit geleefd en dat was tijdens mijn beide bevallingen. Verder is zij een natuurlijk onderdeel van wie ik ben. De oervrouw die in mij huist, laat regelmatig harde scheten zonder zich te verontschuldigen, vindt het belang van zeep overgewaardeerd, zingt luid en vals, houdt ervan in de weer te zijn met grof gereedschap, hout, vuur en kookt pittige eenpansmaaltijden die eenvoudig in een kom op schoot kunnen worden opgegeten. Kortom: ze heeft bijzonder weinig behoefte aan verfijning.

Interessant was te merken dat wanneer ik een foto maakte van mijzelf om de rest van de wereld te laten zien hoe mijn avontuur in het bos verliep, ik in een handomdraai van de oervrouw een achteloos sexy versie wist te maken. Dat was het moment dat ik mijzelf weer door de ogen van de ander aanschouwde en ik toonde mijzelf feilloos als de vrouw die ik ook ben.

Ik ben niet een van hen beide. Ik ben niet de ene meer dan de ander, maar beiden. De conclusie zou kunnen zijn dat we ons aanpassen in gezelschap van anderen en dus weggaan van onze eigen authenticiteit. Ook zou je kunnen concluderen dat we in ontmoeting met de ander ándere kanten van onszelf laten aanspreken end e ruimte geven. Dat is interessant, en logischer ook; hoe immers zou je iemand kunnen zijn die je niet zelf bent? Ons leven is een lijntje zonder gum, alles doet mee, ook de foutjes, de omhalen, de uitschieters. Het staat erop.

We zijn zo veel dan dat wat we laten zien en van onszelf kennen. Maar de ander dus ook!

Vanaf volgende week woensdag ligt mijn nieuwe bundel in de boekwinkels. Wie dit leest is gek is hier alvast te bestellen. Als je een gesigneerd exemplaar wilt, kun je dat aangeven of een moment reserveren op vrijdag 5 juni of zaterdag 6 juni. Dan zit ik klaar om je kwebbelen en krabbelen bij Boekhandel Dekker van de Vegt.

Les 1. Zorg altijd voor een gestructureerd dagritme

Ok dus het gaat op het moment dus ongeveer als volgt: ik sta op om acht uur nadat de wekker is gegaan. De afgelopen twee nachten sliep ik wonderbaarlijk goed en dat kan niet anders dan komen door het nieuwe kussen dat ik kocht bij de IKEA en dat exact doet wat het mij heeft beloofd, namelijk zorgen dat mijn nek- en schouderklachten als sneeuw voor de zon verdwijnen. Joechei.

Ik roep mijn dochter en trek de gordijnen op haar kamer open. Afhankelijk van mijn humeur kruip ik of nog even bij haar in bed of wandel ik door naar de woonkamer waar ik op de grond ga liggen om Lucy te knuffelen, als zij tenminste niet bij mij in bed heeft geslapen. Daarna zet ik koffie en kijk het journaal. Eerst NOS, dan RTL 4. Dan schenk ik bij en snijd een dikke plak ontbijtkoek af die ik besmeur met roomboter (niet te kinderachtig) en kijk nog naar BBC News en CNN.

Ik trek iets makkelijks aan, kijk niet in de spiegel en lijn Lucy aan om naar de nevengeul te fietsen waar we zonder al te veel omhaal in duiken. Dat verheldert de zaak onmiddellijk. Ik zwem. Kop onder water. Kop boven water. Zwem. Heen en weer. Het water is koud en heerlijk en tijdens het terugzwemmen bedenk ik me wat ik ga doen met de dag die voor me ligt. Langzaamaan begin ik haast te krijgen. Het is al half tien en ik heb nog niets nuttigs gedaan! Ik moet aan het werk! Dus kleed ik me snel aan, fluit naar Lucy die natuurlijk onmiddellijk komt en fiets naar huis. Meer koffie en laptop aan.

Ik beantwoord mailtjes, maak afspraken met mensen van wie ik tijdens het zwemmen heb bedacht dat we samen kunnen gaan werken, schrijf plannen uit, tik een opzet voor een blogje, check www.culturele-vacatures.nl, kijk in mijn agenda, constateer dat er niets urgents te doen is en besluit te gaan lunchen.

Ik moet een nieuwe blogreeks opstarten en die verkopen aan de krant (maar die stond al vol). Ik moet een nieuwe serie lessen gaan schrijven en die aanbieden aan de mensheid (maar ik geef al les bij de Schrijversacademie). Ik kan vast beginnen aan een nieuwe roman (maar dat gaat niet met mijn meisje de hele tijd om me heen). Ik kan de nieuwe bundel vast gaan promoten (maar wie verdient er nou werkelijk geld met een bundel). Ik moet scholen gaan benaderen om nieuwe poëzielessen in te kopen (maar zij hebben nu toch wel wat ander aan hun kop) Ik moet scholen gaan benaderen voor de training Creatief Denken die ik zo tof in elkaar heb gezet (maar zij hebben nu toch wel wat anders aan hun kop). Ik moet contact opnemen met de TOZO-dame om erachter te komen hoelang dát nog doorgaat, of ze niet een opleiding voor me kan betalen zodat ik me kan laten omscholen (bakker? mondkapjesnaaister? tuinkabouter?) Ik kan maar beter gaan wandelen.

We lopen langs de Waal. Het is prachtig weer. Lucy dartelt om mij heen. Links en rechts maak ik wat kiekjes van het water, de lucht, dode- en levende dieren. Ik schrijf er een tekstje bij. Het blijkt een gedicht te zijn. Ik sla het op. Dan trek ik mijn kleren uit en duik er nog maar eens in. Als ik thuis kom, ga ik mijn meisje helpen met school. Haar kamer moet nog opgeruimd worden. We willen de eettafel en het muurtje in de woonkamer eigenlijk al maanden schilderen. We houden van Monopoly, van Scrabble, van films en van elkaar. Ik weet niet hoe het verder gaat maar ook zonder dat te weten gaat het verder.