maar niet immuun voor liefde – 4.

Zuid-Korea | Mariah, Cas en 8745 kilometer

Het was de liefde waarvoor ze vijftien jaar geleden vanuit North Carolina naar Nederland verhuisde. De liefde heet Cas. Een goedlachse, openhartige, liefdevolle Amsterdammer met het hart op de tong. Ze bouwden in West op drie hoog een nieuw bestaan op. Hij stuurt een heel team aan bij een producent van medicijnverpakkingen. Zij student aan de Kunstacademie. Vorige jaar behaalde ze haar Master Fine Arts aan het Sandberg Instituut. Daarna braken voor haar als kunstenaar stille tijden aan. Je kunt wel ideeën hebben als maker, wel de voortdurende behoefte voelen om je handen aan de slag te zetten, punten willen zetten met je werk, boodschappen overbrengen, maar als je er niet voor betaald krijgt, wordt de ruimte om tot uitvoering te komen met de dag beperkter. Dus toen ze in januari werd uitgenodigd om drie maanden deel te nemen aan het Artist in Residence Program Seoul Artspace Geumcheon in Zuid-Korea was de woonkamer te klein. Ik stel me voor hoe ze de kuiltjes in haar wangen heeft gegrijnsd, een dansje maakte, haar lief omhelsde of misschien heel stilletjes en klein even in elkaar kroop. Het hebben van werk waarvoor je niet (voldoende) betaald krijgt, dat niet iedereen begrijpt en waarvoor weinig ruimte is in onze maatschappij doet een groot beroep op je doorzettingsvermogen, op je wils- én overlevingskracht.

Zuid-Korea telde 40 besmette coronagevallen toen ze arriveerde op 9 februari jl. Er leek weinig reden tot zorg en al helemaal geen reden om de kans voorbij te laten gaan. Maar in de weken die volgden, liepen de aantallen besmette gevallen in rap tempo op, niet alleen in Zuid-Korea. Cas zou op maandag 16 maart naar haar toe vliegen. Hij had een duur hotel geboekt waar ze een week samen zouden verblijven, waar ze uitgebreid zouden eten en lange nachten maken in een kingsize bed. Na veel heen-en weer gebel en geapp, besloten ze te annuleren. De kans dat hij niet meer op tijd terug zou kunnen was te groot. Bovendien was inmiddels wel duidelijk dat het verstandig was grote mensenmassa’s te mijden en dat konden de vlieghavens toen nog niet garanderen.

Maar wat als een van beiden ziek wordt? We zijn gewend geraakt aan het gemak waarmee we grote afstanden kunnen overbruggen. We vliegen in een dag naar het einde van de wereld als het nodig is, maar niet dus als vliegtuigen aan de grond blijven, dan niet. 8745 kilometer zit er tussen hen in. Er wordt gebeld en geappt, lange leven WhatsApp. Moet ze onmiddellijk terug naar huis komen, haar werk afbreken, het project laten zitten om hier te zijn voor de grenzen sluiten, voor ze die beslissing niet meer kan maken?

In heel Zuid-Korea leven 51 miljoen inwoners. Eénderde van de 9.000 coronapatiënten is inmiddels genezen verklaard, lees ik vanmorgen in De Volkskrant. De piek lijkt voorbij te zijn. Het leven wordt langzaam weer opgepakt. Mariah werkt iedere dag met collega’s aan haar project. Ze mag eindelijk voltijds haar eigen beroep uitoefenen. Tussendoor maakt ze wandelingen door de bergen, zuigt haar longen vol met frisse lucht. Ze is gewend ver van huis te zijn. Cas werkt thuis door. Hij heeft zijn vakantiedagen weer ingeleverd en houdt ze vast.

Mariah Blue is multidisciplinair kunstenaar. Ze onderzoekt technologische thema’s variërend van aardewerk uit de steentijd tot machine learning algoritmes. Meer informatie en beeldmateriaal van haar werk vind je hier.

maar niet immuun voor liefde – 2.

België | Annelies, 2 kinderen, 2 pleegkinderen, 2 poezen en een nest ratten op zolder

De twee pleegdochters die ze onder haar hoede nam vanaf hun peutertijd zijn inmiddels 18 en 19. Na jaren van zorg om het op poten krijgen van de levens van die twee, is in de loop van afgelopen jaren gekozen voor begeleid wonen projecten, die twee weken geleden om beurten hun deuren sloten. Haar eigen kinderen, beide lagere schoolleeftijd, zijn inmiddels ook thuis.

Ze heeft een cruciaal beroep en zorgt ervoor dat ze dagelijks op haar werk verschijnt. En dus laat ze de boel met instructies voor schoolwerk en huishoudelijke taken ’s morgens achter. Iemand is achtervang. Iemand kan worden gebeld. Zelf houdt ze haar telefoon in de buurt zodat ze ieder moment antwoord kan geven op vragen van het thuisfront: waar staat de pindakaas? Mag ik naar buiten? Hoe moet het verder?

Het boeltje heeft niet voor niets begeleiding normaal gesproken. In dit huis zijn in de afgelopen jaren evenveel diagnoses gesteld als dat er mensen wonen. Als ze thuis komt aan het einde van haar werkdag jagen de meiden elkaar het huis door, de poezen elkaar de gordijnen in, blijken sommigen zich verder hebben teruggetrokken dan goed voor hen is, halen anderen onbedoeld hard uit. De vaat staat hoog opgestapeld op het aanrecht. Vier scholen laten via de mail weten wat de verschillende programma’s voor de komende week is. Iemand ontdekt een nest ratten op de zolderverdieping. De opruimingsdienst heeft de komende weken geen tijd.

Het kleine beetje ruimte dat er was voor haar, om na haar werk, na het zorgen voor huis en kinderen, soms even een stil moment voor zichzelf te hebben waarin ze het liefst voorzichtig een mooi klein gedicht optekent, is nergens meer te bekennen.

Er zijn situaties voorstelbaar waarin het stopt, waarin je de grenzen van je kunnen bereikt, waarin je niets meer in huis hebt waarop je kunt terugvallen. Ik ken dat punt zelf ook. Ik ben er een paar keer geweest in mijn leven. Als ik dat punt bereik, is steevast het eerste dat ik denk: wie heeft er een peuk? Het liefst trek ik mij dan terug, ga in een hoekje van de wereld zitten met een pakje sigaretten en wacht tot ik weer verder kan. Of tot iemand me vindt.

Voor haar is het drank. Ze weet er al jaren mee om te gaan. Het is al jaren geen bedreiging meer, maar op die woensdagmiddag is het ineens weer daar. De wanhoop, de noodzaak, de oplossing.

Je kunt willen dat het even ophoudt, alles, dat het even stil is, dat je even niet verder hoeft. Ze drinkt de fles leeg. De kinderen zijn getuigen. De noodlijnen worden ingeschakeld. Iemand krijgt op zijn flikker alsof zij een klein kind is. Iemand wordt meegenomen. Iemand blijft beschaamd achter.

We zijn stil aan de telefoon. Ik luister hoe zij inhaleert en rustig uitblaast. Ik weet hoe ze een lok haar uit haar gezicht veegt. Ze vertelt me hoe het langzaam beter wordt. Hoe erover wordt gepraat nu, over het falen, de schaamte, het wel willen maar niet kunnen. Nu gaat het niet meer alleen over de kinderen, maar ook over haar zelf. De meisjes ruimen nu de vaatwasser in. De ongediertebestrijdingsdienst heeft bevestigd dat ze woensdag het rattennest komen weghalen. Er worden pizza’s besteld.