Maar niet immuun voor liefde – 12.

Niemandsland | Het zeilmeisje, de kapitein, de stuurman en de zieke kok

Een stralende zongebruinde snoet en een bos blonde krullen. De 19-jarige zeilster Marloes lag met de 36 meter lange Twister voor anker aan de kust van de Britse Maagdeneilanden toen Trump de grenzen dichtgooide. Twintig gasten gingen van boord. Het was de bedoeling dat ze op Sint Maarten dertien nieuwe zouden oppikken maar die blazen om beurten de plannen af.

Marloes weet al vanaf haar veertiende dat het leven voor alles in elk geval zeilend geleefd moet worden. Tijdens haar middelbare schooltijd zorgt ze ervoor dat ze iedere vakantie aan boord kan om zo veel mogelijk zeildagen te maken. Zodra ze haar diploma op zak heeft, besluit ze voltijds de zeeën te bevaren. Inmiddels vaart ze al twee jaar de wereld rond. Ze maakt verschillende reizen op verschillende zeilschepen, met verschillende bemanningsleden. Het motto is: zo veel mogelijk dagen op zee. Dat is van belang om haar papieren te halen. Op een dag zal ze zelf aan het roer staan, zoveel is wel duidelijk.

De meeste gasten proberen zo snel als mogelijk hun thuisland te bereiken na het Lockdown nieuws. Ook het personeel vliegt zo snel mogelijk terug naar huis voor het niet meer kan. Matroos Marloes, de stuurman (tevens marinebioloog) en de kapitein zoeken op Sint Maarten naarstig naar nieuw personeel om de oversteek te kunnen maken en scharrelen uiteindelijk nog twee koks bij elkaar. Met de vier enige overgebleven gasten gaat het gezelschap de grote overtocht aan. Het is 21 maart 2020.

Het is een spannende beslissing. Wanneer een van hen besmet is met covid-19, zal het niet lang duren voor het gehele gezelschap onder zeil ligt. Wie blijft er dan nog over om deze te hijsen? Maar de stemming is positief. Het zal wel gaan. Toch?

Maar de kok begint al te kotsen voor ze zijn vertrokken. Te kotsen en te hoesten. Ze trekt lijkbleek weg. Het toilet wordt als quarantaineplek ingericht en de kok moet zich maar even redden terwijl de kapitein zijn bemanning bijeen roept. Van anderhalve meter afstand kan aan boord geen sprake zijn. De kok moet van boord en wel zo snel mogelijk. De rest van het gezelschap voelt zich nog prima. De kok begint te bonzen op de deur van de wc; geen paniek het gaat alweer!, maar als ze even later weer boven haar eigen pan soep staat, leegt ze nog net op tijd haar maag in de gootsteen. De kapitein heeft er genoeg van. Zij eraf en wel nu. Maar Marloes heeft een vermoeden. Ze heeft het wel vaker gezien bij gasten. De misselijkheid. Het witte wegtrekken. Niet alles is in eens keer corona alleen maar omdat de wereld het over niets anders heeft. Onze blonde matroos overtuigt de kapitein ervan haar en de zieke kok nog een keer van boord te laten gaan. Ze heeft een plannetje. Ze laat de kok rustig over land lopen. Ze laat haar goed eten. En? Ze trekt wonderwel bij. Zie je nou! Niks corona, gewoon zeeziek!

Dan kunnen ze écht vertrekken. Ken je die van dat meisje van 19, die twee koks, die kapitein, die stuurman en die vier gasten die de Atlantische Oceaan wilden oversteken in een zeilschip van 36 meter lang zonder contact met de buitenwereld toen nét de coronacrisis was uitgebroken? Nou ze gingen dus. Ze voeren dertig dagen lang non stop. Maakten zo nu en dan contact met de satelliet, maar alleen om de weersvoorspellingen te kunnen horen en fantaseerden over wat ze zouden aantreffen als ze eenmaal Europa hadden bereikt. Een Apocalyps? Niks aan de hand? Of iets ertussenin?

Marloes zette een programma op voor iedereen die zich wil heroriënteren, nieuwe input nodig heeft of wil ervaren hoe het is de wereldzeeën te bevaren. Lees hierover op https://twistersailing.com/

maar niet immuun voor liefde – 3.

Engeland -Simon, Ana en moeder aan de telefoon

Het was een kans. Niet dat er na deze kans niet nog vele kansen zouden volgen, Simon was immers een zondagskind, maar deze kans greep hij en dus vertrok hij naar Engeland voor een goede baan. Hij kwam uit een hecht gezin. Een gezin met wortels door Europa verspreid. Ze waren gewend te reizen en dus werd er gereisd. Dat was alvast iets wat hij gemeen had met Ana, maar verliefd werd hij niet op haar om díe reden. Verliefd werd hij op haar donkere ogen, haar Portugese tongval, haar lach en scherpe blik.

Zijn ouders bezoeken het jonge stel regelmatig. Tussen de bezoekjes door bellen ze. Ze skypen, houden elkaar goed op de hoogte. Moeder maakt zich zorgen over haar jongen zo ver van huis. Zorgt hij wel goed voor zichzelf? Eet hij wel gezond? Beweegt hij wel voldoende met zijn drukke kantoorbaan? Is meditatie niet een goed idee, of yoga, misschien overgaan op veganisme? Maar Simon en Ana weten prima voor zichzelf te zorgen. Ze weten ook prima hun eigen keuzes te maken.

Omdat Ana haar familie in het warme Portugal achterliet, volgen ze iedere avond het wereldnieuws en zo zagen zij dus weken geleden al hoe het virus zich gestaag van Zuid Europa naar boven werkte. Het was voldoende reden om direct op het werk aan te kondigen dat er van huis gewerkt zou gaan worden.

Het jonge stel is gewend lange dagen te maken, late hours, soms in het weekend nog door te trekken. Ze komen elkaar ’s avonds tegen, onderweg wordt er gebeld wie er wat te eten meebrengt. Nu staan er twee laptops op de grote tafel van de werkkamer. De hele dag werken ze zij aan zij. Tussendoor maken ze om beurten een maaltijd klaar, zorgen voor toevoer van koffie, thee, nemen elkaar mee uit wandelen voor frisse lucht en kruipen samen weer achter hun laptop. Hij bekijkt haar van de zijkant, ziet hoe geconcentreerd zij werkt, hoe scherp ze reageert op mails en telefoontjes, hoe ze denkend door de kamer beent. Ze koken samen, wandelen samen, lassen soms stiekeme pauzes in.

Ze hebben trouwplannen. Ze willen verder.  Dat wisten ze al lang, daar verandert Corona niets aan, misschien moet het even worden uitgesteld maar wat geeft dat, ze hebben tijd.

Moeder belt steeds vaker. Simon vraagt haar of het wel gaat. Ze hoest. Ze heeft de vereiste reis restricties éventjes over het hoofd gezien om haar andere kind te bezoeken. Ze heeft verhoging. Ze voelt zich niet zo goed, maar goed genoeg om naar kantoor te gaan. Gaat het wel mam? Houd je je aan de afspraken? Zorg je wel goed voor je zelf? Zijn moeder is stil aan de telefoon. Ze weet nog zo goed hoe ze haar jongen aan de hand nam. Hoe ze hem leerde uit te kijken bij het oversteken. Wanneer zijn de rollen omgedraaid?