Wat we gemeen hebben, is het verschil

We leven in een maatschappij. Allemaal verschillende mensen bij elkaar. We verschillen in achtergrond, opvattingen, vermogen, kansen, leefomgeving, gezondheid en ga zo maar door. Er zijn er van ons geen twee hetzelfde te ontdekken.

We accepteren die verschillen, althans voor zover dat geen gedoe oplevert. Zodra het wel gedoe oplevert, gaan we rellen over wie er gelijk heeft. We gaan ons best doen de ander te overtuigen ván ons gelijk. We gaan de meerderheid erbij halen om ons gelijk te bevestigen. Maar wat als het eigenlijk gewoon niet bestaat dat gelijk?

We leven in een bizarre tijd en hebben te maken met geheel nieuwe situaties. Situaties die we proberen te handhaven om de leefbaarheid voor een zo groot mogelijke groep te behouden. We zorgen voor elkaar, tenminste dat lijkt de algehele trend te zijn. We willen dat ook graag kenbaar maken, dat we zorgen voor elkaar door binnen te blijven, afstand te houden, te klappen voor het zorgpersoneel. Mooi.

De meerderheid lijkt het ermee eens te zijn dat dat is hoe het werkt in een maatschappij: we zorgen voor elkaar, we leven de regels na. Ik hoor bij die meerderheid. Keurig he?

Het is logisch dat het niet meewerken aan het behoud van de samenleving consequenties met zich meebrengt. Waarschuwingen, bekeuringen, straf. Anders komt de veiligheid voor de meerderheid van de bevolking immers in het gedrag. Hoe die regels eruit zien, laten we bepalen door de regering, die we zelf kiezen. We noemen dat een democratie. Ik ben dolblij met die democratie. Het maakt dat ik mij gehoord voel. Dat ik voel dat ik ergens bij hoor en toch mijzelf mag zijn. Dat vind ik fijn.

Het lijkt zo eenvoudig: we kiezen samen een club mensen die van ons de leiding mag nemen. We beslissen samen hoe de regels eruit zien en wat er gebeurt als iemand zich er niet aan houdt. We betalen gezamenlijk aan de gemeenschappelijke behoeften; aan ons wegennet, het onderwijs, het besturingssysteem, de zorg etc. Iedereen mag daar gebruik van maken. Iédereen. Simpel. Daarmee voorkomen we dat we de rechter gaan uithangen op het moment dat het erom spant, dat we aan het ziekenhuisbed ineens moeten gaan zeggen; nee de oncoloog komt niet naar je longen kijken want je hebt je leven lang gerookt dus zoek het zelf maar uit. Daar doen we niet aan en dat is maar goed ook. Want wie denk je eigenlijk wel dat je bent te beslissen over wat goed is en wat niet?

Wie ben jij om te zeggen dat de roker zijn kans op zorg heeft verspeeld?  En als je dan denkt dat je daarover mag oordelen, hoe denk je dan over de zakenman met de 80 urige-werkweek?  Kan die ook niet terecht bij de hartbewaking? En wat als hij die 80 uur voor Amnesty heeft gewerkt? Ook dan niet? Fijn hè, dat je daarover niet hoeft te oordelen?

Of gaan we het nu tóch doen? Zullen we appjes gaan invoeren aan de hand waarvan we kunnen zien hoeveel mensen erbij elkaar zitten? Op grond daarvan ook nog bekeuren? We zouden daarmee de bewuste keuze maken om dat ongeacht omstandigheden te doen. Op het appje gaat immers niet zichtbaar zijn of er een plastic scherm tussen de apphouder en zijn bezoek zit, of de een de ander aan het trouwen, baren, reanimeren is. Ik overdrijf natuurlijk maar begrijp je het punt?

Geen zorg meer voor de mensen die zich niet aan de maatregelen houden, lees ik vanmorgen op social media. Weet je het zeker als je dat roept? Voel je je sterk genoeg om te oordelen wie er zich wel en wie er zich niet aan de maatregelen houdt? Of ze er voldoende reden voor hebben? Weet je zeker dat je diegene zijn wilt, die uitmaakt wat goed is en wat niet? Ik roep je op er nog eens over na te denken, nog eens en nog eens.

Ik vind ook wel eens iemand een klootzak. Een hufter, een asociale klootviool. Absoluut. Ik denk met enige regelmaat dat iemand het maar lekker zelf moet voelen. Ik heb al herhaaldelijk gedacht dat Trump corona mag krijgen van mij. Maar goddomme, wat ben ik blij dat ik het niet voor het zeggen heb en ik zal faliekant tegen stemmen als we nu gaan zeggen dat als hij het krijgt hij niet verzorgt mag worden! Zorg voor iedereen, ongeacht wat en snel een beetje.

Zolang het eenvoudig is, is het eenvoudig, dat is zo eenvoudig als wat. Maar meestal is het dat niet, en precies daar wordt het link.

Van de klootzak die de ambulancebroeder op zijn bek slaat, zich omdraait en in zijn draai zijn been breekt, zou je kunnen denken; wankel jij maar lekker zelf naar huis. Maar zo evident zullen de meeste gevallen niet zijn. We weten niet wie de klootzak is, wat hem tot klootzak heeft gemaakt, óf hij eigenlijk wel een klootzak is, wanneer iemand eigenlijk een klootzak is en wat de gevolgen zijn.

Het feit dat je denkt dat jij daarover mag oordelen geeft voor mij weer dat je zeker denkt te weten dat je het bij het rechte eind hebt, en precies dáár krijg ik nou de kriebels van. Weet het niet zeker! Twijfel. Denk na. Luister naar een andere mening, zie daar ook weer wat in! Want we weten het geen van allen zeker en dat lijkt me heel menselijk, daarin vinden we elkaar.

We verschillen in achtergrond, opvattingen, vermogen, kansen, leefomgeving van elkaar. Wat we met elkaar gemeen hebben, is het verschil.

Laten we dat respecteren, omarmen, koesteren en nooit, nooit, nooit denken dat de ene toch net iets meer gelijk heeft dan de ander, toch net iets meer recht, toch net iets meer recht om te leven. Nooit.

Maar niet immuun voor liefde – 10.

Curaçao | Een duiker, een renner, twee pubers en wat honden

Wij verloren elkaar al vrij snel na de eindmusical van de lagere school uit het oog, maar ik heb nog levendige herinneringen aan Manouk. Manouk met wie ik uit spelen ging, met wie ik gympje deed in de achtertuin, rauwe hazelnoten zocht in het bosje achter, verstoppertje in de wijk.

Ze vertrok naar Curaçao om daar als duikinstructeur aan de slag te gaan, viel head over heals voor de fietsenmaker en bouwde daar een bestaan op. Een bestaan waarin twee kinderen een plek kregen en de winkel werd uitgebouwd tot een goedlopende zaak. De foto’s die ik zo nu en dan op Facebook voorbij zag komen waren altijd in beweging: het gezin op de fiets, in het water, aan de wandel op het eiland. Een plaatje.

Op Curaçao werd op 13 maart de eerste coronabesmetting geconstateerd bij een toerist. Vanaf toen ging het snel. Scholen en restaurants werden gesloten. Toeristen moesten zo snel mogelijk het eiland verlaten. Eilanders gingen gedwongen twee weken in quarantaine nadat ze thuis kwamen. Alles om een uitbraak tegen te gaan. Curaçao telt 160.000 inwoners en één klein ziekenhuis met zeven officiële IC-bedden. Er zijn momenteel acht IC-plekken bijgemaakt.

Op zondag 29 maart werd een complete lockdown afgekondigd. 

Ze wíst wel dat het huis niet zo groot was, maar het was er nooit zo van gekomen daar iets aan te doen. Het was ook niet zo hard nodig want in zo’n zonnig klimaat, leef je veelal buiten. Daarnaast zijn het alle vier tamelijk beweeglijke types, dus thuis ben je om te slapen en te eten, maar buiten is het te doen.

Het gezin ontwaakt net als ik haar bel. Op de achtergrond een blauwe lucht, het is 29C. Voor hun gaat dag van thuis blijven in. De regels zijn helder: één persoon mag twee keer per week boodschappen doen. Aan de hand van de kentekens word je geregistreerd. Naast de boodschappen mag je je eigen huis of tuin niet verlaten, op straffe van FL. 400,- . De honden doen hun behoeftes in de tuin. De kinderen van resp. 11 en 12 jaar oud doen hun huiswerk achter de laptop, maar momenteel is het paasvakantie en dus hebben ze vrij. Manlief en zoon hebben een racebaan gebouwd zodat ze over hun eigen zwembadje kunnen knallen met het minifietsje. ‘Het bouwen van de baan was alweer een hele dag bezig zijn.’ Ze lacht erbij. Soms trekt ze iedereen achter het beeldscherm vandaan om een spelletje te doen en als het regent kunnen ze met z’n vieren een glijbaan maken van zeepsop op het terras. Zo bedenk je nog eens wat. Achter haar verschijnt haar dochter. Ze is zo oud als wij waren toen we voor het laatst achter elkaar aan holden door de wijk. Ik herken het lieve snoetje.

Je kunt elkaar wel liefhebben, leuk vinden, de mooiste van de wereld, maar opgesloten zitten haalt niet altijd het beste in ons naar boven. De apparaten van de kinderen zijn luid, de een vindt dat de ander te veel beweegt. De ander vindt dat de een zeurt. De laatste doet nooit eens mee aan een spelletje. De eerste denk alleen maar aan zichzelf. Die doet dit en dat doet die en godallemachtig wat irritant.

Soms ga ik vroeg naar bed met een boek, glimlacht ze, daar is airco en het is stil.

Manouk en Barry runnen een fietsenwinkel en organiseren bikeroadtrips. De hele zaak ligt momenteel plat. Mocht je eens naar Curacao gaan, dan weet je nu waar je wezen moet: http://www.dasiacuracao.com/web/

Maar niet immuun voor liefde – 9.

Frankrijk | Margit vliegt heen en weer tussen thuis en ziekenhuis

We waren zestien denk ik, toen we met de voorexamenklassen een week naar Parijs gingen. Op dag twee kwam Margit Jean Marc tegen. Terwijl wij ons stiekem in onze hotelkamers bezatten (er zijn foto’s van over elkaar heen hangende pubermeiden met gifgroene flessen drank en sigaretten gierend van de lach, die ik hier niet zal delen) sneakte zij de kamer uit om op de hoek van de straat met de knappe fransman af te spreken.

Ik ken niet veel van dit soort romantische verhalen die ook werkelijk dúren, maar zij hebben er een. Ze bleven bij elkaar tijdens het eindexamen, tijdens haar medicijnenstudie in Groningen en startten hun gezamenlijke leven in Zuid-Frankrijk. Margit werd spoedarts. Samen hebben ze drie kinderen. De laatste was een kadootje dat zich twee jaar geleden aandiende, tien jaar na de tweede. Het landgoed dat ze samen opbouwden, biedt volop ruimte om te leven en om gasten te ontvangen wat het eenvoudig maakt voor haar familie om Margit te bezoeken.

Haar ouders komen ieder jaar in mei, dit jaar hebben ze voor het eerst hun bezoek geannuleerd. Ze mist ze.

De afgelopen vier weken heeft ze om de dag een 24-uursdienst gedraaid als spoedarts in het plaatselijke ziekenhuis. Concreet betekent dat dat ze haar tijd verdeelt tussen helicoptervlucht, dienst in de tenten buiten het ziekenhuis die dienst doen als opvang en testplaats voor binnenkomende patiënten en de IC. ‘In de eerste week van het bestaan van die tenten kon 90% van de mensen nog naar huis gestuurd worden,’ vertelt ze, ‘omdat ze negatief werden getest of omdat de ziekte thuis goed onder controle te houden was. Inmiddels zijn we gedwongen 90% van de patiënten op te nemen, omdat ze zo ziek zijn.’

De scholen in Frankrijk zijn gesloten sinds 16 maart. Jean Marc zorgt thuis voor de kinderen als Margit werkt. Soms passen de oudste twee even op hun kleine broertje zodat Jean Marc wat onderhoud kan doen aan het huis, de gastenverblijven of de tuin.

Het zijn niet alleen de coronapatiënten die ze momenteel behandelt. ‘Er zijn ook junks die niet meer aan hun drugs kunnen komen en daardoor cold turkey moeten afkicken of in hun wanhoop noodtoestanden veroorzaken. ‘ Ze zucht erbij: ‘en natuurlijk de gevallen van huiselijk geweld.’ Dat het virus immense gevolgen heeft, hoeft niemand haar te vertellen. Ze zit er om de dag met haar neus bovenop, en op de dag dat ze thuis is probeert ze bij te blijven door zich te verdiepen in het wel en wee van andere ziekenhuizen. wat komen ze tegen? Wat is er fout gegaan? Hoe kan het beter? Het ziekenhuis waar ze werkt staat in nauw contact met andere ziekenhuizen in Frankrijk. Haar baas neemt dagelijks deel aan wereldwijde conferenties om op de hoogte te blijven. Zo kunnen ze soms sneller op nieuwe situaties anticiperen, leren van andermans fouten.

Binnenkort zal er een test beschikbaar zijn die kan aantonen of iemand antilichamen heeft gevormd waaruit geconcludeerd kan worden dat diegene covid-19 besmet is geweest en inmiddels dus immuun. De test is van belang. Eén van haar collega-artsen ligt al 10 dagen op de IC, vijf andere collega’s zijn ziek thuis. Er zijn er meerdere die niet meer naar huis gaan uit angst hun eigen gezin te infecteren. ‘Zonder hen kan ik niet werken,’ vertelt ze. Als ze na een 24-uurs dienst thuis komt, gaat ze via een achteringang naar binnen. In een extra badkamer, gooit ze haar kleren in de wasmachine en stapt ze in bad. Pas als ze helemaal schoon is, gaat ze door naar de woonkamer waar haar gezin op haar wacht. Om beurten mogen de kinderen bij mama op schoot.

Margit en Jean Marc verhuren hun prachtige gites aan gasten. Wellicht een idee voor wanneer er weer gereisd mag worden: http://www.mas-de-causse.com/mas-de-causse-gite-france-4-epis-nl/domein.html

Maar niet immuun voor liefde – 8.

Canada | Rebecca, Martin, moeder en de kinderen

Ik zag haar voor het laatst in Australië, toen zij daar woonde en ik bij haar crashte. Ik ging even aan de slag als schoonmaakster, reed van adres naar adres, poetste daar een ieders huis een week of drie lang tot ik weer voldoende geld had om de tank vol te gooien en door te reizen. ‘s Avonds zaten we in de tuin met goede wijn, de lage zon op onze kop. Brisbane.
Nu bellen we in via Facebook en lachen even verlegen naar elkaar. Ze is nauwelijks veranderd. Een mooi rond open gezicht, scherp getekende wenkbrauwen boven fonkelende ogen. We zijn beide twee kinderen en een stuk of wat relaties verder. Haar jongste komt op de achtergrond aanlopen, een kleine mini-zij, of ze even kan helpen met de iPad. Ze verontschuldigt zich, prutst wat aan het ding en belooft dan de kleine jongen straks te komen, eerst even chatten met Haidie.
Uit het raam laat ze me de tuin zien, die ongeveer even groot is als mijn wijk. Grote esdoorns, de grond bezaaid met goudbruin blad. Op de veranda staat een vuurkorf. Er slingeren slordig wat stoelen omheen.

Zij en haar man werken beide voor de overheid. Zij als Senior beleidsadviseur bij innovatie, wetenschap en economische ontwikkeling en hij bij het ruimteagentschap, de Canadese Nasa zeg maar. Twee jongens hollen rond in het huis, van vijf en tien jaar oud. Martin moest begin maart naar the UK voor zijn werk. Met argusogen volgde ze het nieuws. Of het wel door zou gaan? Of het wel door móest gaan? En toen hij eenmaal daar was Of hij wel thuis zou komen. Dat kwam hij maar met een snotneus en een gloeiend voorhoofd. In de tussentijd ging haar werk gewoon door, en was ze gepromoveerd tot thuisjuf voor haar twee jongens. Aanpoten dus. Niet ongewenst dat moeder op de stoep stond om te helpen.

Met moeder van achterin de zestig in huis moest Martin in quarantaine in eigen huis en dus werd de kelder in orde gemaakt zodat hij gebruik kon maken van een eigen keuken, een eigen badkamer. Ik ken Rebecca als een slimme, doortastende vrouw en zie zo voor me hoe ze de boel had georganiseerd. Een strakke planning op het whiteboard voor de kinderen, een geïmproviseerd appartement in de kelder voor haar man. Zelf aan het werk. Ze schatert als ik haar vertel dat ik ga schrijven over hoe ze haar man twee weken heeft opgesloten in de kelder, dat ik er misschien de krant wel mee haal. Gierend schudt ze haar hoofd. Hij mocht wel aan schuiven hoor bij het eten, zegt ze, alleen niets aanraken, en na het eten hup weer naar beneden.

Inmiddels zijn de twee weken voorbij. Iedereen is gezond. De kinderen spelen veel buiten met de buurkinderen. Ze snappen dat ze ten allen tijde twee hockeysticks afstand moeten houden van elkaar en daar is gelukkig volop ruimte voor.

but not immune to love – 8.

Canada | Rebecca, Martin, her mom and the kids

I last saw her in Australia when she lived there and I crashed with her. I went to work as a cleaning lady, drove from address to address, cleaned everyone’s house there for about three weeks until I had enough money again to fill up the tank and travel on. In the evening we sat in the garden with good wine, the low sun on our heads. Brisbane.

Now we call in via Facebook and shyly laugh with each other. She has hardly changed. A beautiful round open face, sharply drawn eyebrows above sparkling eyes. We are both two children and some relationships further on. Her youngest one comes running into the background, a little shy, asking if she can help with the iPad. She apologizes, tinkers a bit with the thing and then promises the little boy  she will come, but first a chat with Heidi.

Out the window she shows me the garden, which is about the same size as my neighborhood. Large Maple trees, the ground dotted with golden-brown leaves. On the porch is a fire firepit. Around it are some chairs.

She and her husband both work for the government. She’s a senior policy advisor on innovation, science and economic development and he’s with the space agency, Canada’s version of NASA, so to speak. Two boys are running around the house, five and nine years old. Martin had to go to the UK in early March for his work. She followed the news with suspicion. Whether the trip would continue? If it had to go through? And once he was there, whether he would make it back home. He returned with a mild scratchy throat.. In the meantime, her work continued and she was promoted to homeschooling teacher for her two boys. Feeling quite shut in. Fortunately her mother was there to help.

With her mother of sixty-seven years in the house Martin had to be quarantined in his own house, so the basement was cleaned up so he could use his own kitchen, his own bathroom. I know Rebecca as a smart, determined woman and see for myself how she had organised things. A tight schedule on the whiteboard for the children, an improvised apartment in the basement for her husband. Working on her own. She laughs when I tell her that I’m going to write about how she locked her husband in the basement for two weeks, that I might get into the newspaper with it. Laughing, she shakes her head. She says he was allowed to join the family for dinner, only not to touch anything, and after dinner he would go back downstairs.

Meanwhile the two weeks are now over. Everyone is healthy. The children play a lot outside with the children next door. They understand that they have to keep two hockey sticks away from each other at all times and fortunately there is plenty of room for that.

Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)

Maar niet immuun voor liefde – 7.

Nederland | Ikzelf, de Liefde, het kind, haar vader, het andere kind, zijn meisje, de hond en haar verloren zusje

Ik had mij teruggetrokken in een schrijvershuis om de laatste hand te leggen aan mijn nieuwe dichtbundel in de week dat de pleuris langzaam maar zeker Nederland binnenviel. Mijn lief drukte me ’s avonds aan de telefoon op het hart een keer naar het nieuws te kijken omdat ik daar wellicht een verklaring zou vinden voor de stille straten in Watou, waar ik verbleef. Toen ik thuis kwam op vrijdag de 13e ontving ik een bericht van mijn ex-man die liet weten dat de kinderalimentatie wellicht op zich zou laten wachten deze maand, door de cornonacrises was er aardig wat werk geannuleerd. Twee uur laten werd in een stroom aan mailtjes mijn hele agenda schoongeveegd. Het was duidelijk.

Mijn lief en ik reizen al een jaar tussen Amsterdam en Nijmegen heen en weer. Nadat mijn dochter vorig jaar zomer besloot voltijds bij mij te willen wonen, werd het lastiger om nog weekendjes in Amsterdam te verblijven en dus komt hij vaker hierheen dan dat ik daarheen ga. Ze kunnen het goed vinden; de dochter en de Liefde en dat maakt mij blij hoewel ik de kinderloze weekenden in Amsterdam mis, maar goed, het zal niet zo heel lang duren voordat mijn nu vijftienjarige dochter mij het huis uitkijkt en hoopt op weekenden alleen thuis. Nu echter nog niet en dus besloten we de eerste crisistijd, die we na het Boekenbal allebei snotverkouden ingingen(!) samen door te brengen. We waren nog niet eerder langer dan een dag of vijf aaneengesloten bij elkaar geweest. Nu nam hij een weekendtas mee met voor twee weken schoon goed, richten we een werkkamertje in in het washok, veegde ik wat lades schoon in mijn kledingkast en maakten we afspraken over de huishoudelijke taken en de boodschappen. Het was net echt.

We besloten twee weken alle contacten tot een minimum te beperken. Terugkijkend op het Boekenbal, waarbij we het nogal dolletjes hadden gemaakt, Jan en alleman hadden gesproken en omhelst en uren lang dicht opeengepakt hadden staan dansen, leek de kans dat we besmet waren ineens niet zo klein.

Er ontstond een fijn dagritme van werken, dollen, fietsen, zwemmen, werken, uitgebreid koken, huiswerkbegeleiding, wandelen, borrelen, spelletjes doen en filmpjes kijken. We hielden elkaar nauwlettend in de gaten maar er ontstond geen koorts en de snotneuzen droogden op. Mijn dochter hield óns nauwlettend in de gaten en merkte scherp op dat de dagen op rij werden afgesloten met een biertje in de tuin en een flesje wijn bij het eten. Of we het zelf normaal vonden dat we ineens iedere dag dronken. Oja. Nee dus. Bedankt. Sorry we vergisten ons even tussen coronacrisis en zomervakantie!

Vlak voor de crisis hadden we net samen besloten een puppy op te vangen die vanuit Spanje naar Nederland zou komen. We kregen filmpjes doorgestuurd van het opvangadres daar die haar nu niet konden brengen. Als er een filmpje binnen komt, lassen we regelmatig een gezamenlijk kijkmoment in. Zo komen ook de berichtjes binnen van zoonlief (20) die zich met zijn meisje heeft verschanst in hun studentenhuis. Er zijn ergere tijden voor jong verliefde stelletjes die niet veel meer nodig hebben dan elkaar. Van anderhalve meter afstand is absoluut geen sprake.

Vorige week brachten we de Liefde met de auto terug naar Amsterdam, om de post te bekijken en de planten water te geven. Eenmaal daar besloten we dat ik alleen met de dochter zou terugrijden om haar een paar dagen alleen met moeder te gunnen. Wij hebben elkaar gevonden, en zij hebben elkaar gevonden maar het is voor een kind toch anders als een van de ouders ineens een nieuwe figuur het huiselijk hol in sleept. Ze zijn matties, maken lol, hij helpt haar met haar huiswerk, ze hebben hun eigen taaltje. Ik zie hoe ze langzaam maar zeker aan elkaar gehecht raken en dat ontroert me, maar ze maakt me ook duidelijk dat het háár huis is en dat ze de ruimte nodig heeft om soms zonder anderen te zijn. Begrijpelijk. In de dagen dat we met z’n tweeën waren, kroop ze weer bij mij in bed.

Ik zie mijn dochter op een totaal nieuwe manier. Ik begrijp ineens de worstelingen op school omdat ik nu voor mij ogen zie gebeuren hoe haar spanningsboog na pak-em-beet-vijftien minuten breekt, hoe ze opleeft als ze veel kan bewegen, hoe lastig ze het vindt alleen te zijn. De Liefde en ik vinden een nieuwe vorm in het echte leven. Eén dat niet meer van de plezieruitjes aan elkaar hangt maar ineens ook gaat over geldzorgen, kinderen opvoeden, boodschappen en wie maakt de wc schoon en ik houd van dit echte leven. Er is veel en intens contact met mensen om ons heen, en ook wanneer het minder is voel ik mij ontzettend in verbinding. Niet alleen met de mensen in mijn leven maar met de mensen overal. Ik volg hoe het ons vergaat, ons allen. Het maakt dat ik soms zit te slikken bij het journaal, dat ik mij eens te meer realiseer hoe goed ik het getroffen heb, hoe omringd ik ben en hoe werkelijk de overgrote meerderheid van de mensheid deugt, ontzéttend deugt en dat is winst!

Maar niet immuun voor liefde – 6.

Gene & Margot falling in love all over again

Ze heeft zacht, steil, helblond haar. Als ze lacht, toont ze een verleidelijk speels spleetje tussen haar voortanden. Als manager (Verenigd Koninkrijk & Ierland) van een wereldwijd opererend medicijnenproducent vliegt Margot (49) wekelijks de wereld over. Het is niet ongebruikelijk dat ze binnen tien dagen twee of zelfs drie continenten aandoet om vergaderingen bij te wonen, teams aan te sturen, andere leidinggevenden bij te praten en met eigen ogen te zien hoe de samenwerkingen verlopen. Ze praat over haar werk met lichtjes in haar ogen. Bevlogen, enthousiast en is nooit vergeten waar ze vandaan komt, eerst van de boerderij tóen van nursing school. Zelf heeft ze jarenlang op Crocs door de ziekenhuisgangen gerend. Het maakt nu dat ze kan levelen met iedereen van top tot werkvloer en dat heeft in haar voordeel gewerkt.

Thuis is ze al 21 jaar bij Gene, een grote, ietwat kalende man van 64 met een lieve blik en een grote grijns. Ze bouwden hun huis op het platteland van Ierland. Ze zijn gewend hun belevenissen van de dag door te praten aan de telefoon. Zij vanuit een anonieme hotelkamer. Hij vanuit het echtelijk bed vanwaar hij geniet van het adembenemende uitzicht. De wereld is hun achtertuin.

Gene is als therapeut gespecialiseerd in het behandelen van seksuele trauma’s. Het is een zachtaardige man, die je aandachtig aankijkt als hij met je praat, luistert naar wat je te zeggen hebt. Ook iemand met het hart op de tong, met ver reikende interesses die hij graag met je deelt. Een idealist wellicht. Iemand die tegen beter weten in blijft geloven in een goede wereld. Eén waarin we elkaar liefhebben, helpen en respecteren. Ook is hij een man die lijdt aan multifocale motore neuropathie, een spierziekte waarbij traag maar geleidelijk aan spierweefsel wordt ingeboet. De spieren worden dunner, de kracht minder. Op slechte dagen lukt het hem niet zich af te drogen na het douchen.

Ierland zit in een complete lockdown. Horeca is al weken gesloten. Er is permissie nodig om de deur uit te gaan. Margot zit thuis. Ze kan zich niet herinneren wanneer ze voor het laatst zo lang thuis is geweest. Vanuit haar werkkamer woont ze conferenties van over de hele wereld bij, dat is niet veranderd. Maar in plaats van om half vijf gaat haar wekker nu om 8 uur. Gene maakt het ontbijt. Ze werken beide tot een uur of 11, drinken dan samen koffie in de tuin. Er wordt gelunched, gekletst, gewandeld, gewerkt, gepraat en liefgehad. Zo ver van de bewoonde wereld is het gemakkelijk om niemand te hoeven zien. De enige weg naar hun huis toe is slechts één auto breed. Je ziet een ander aankomen en kan voorbij laten gaan. Het grote huis heeft voldoende bergruimte voor proviand. Boodschappen doen hoeft maar eens per week.

There’s shit on top of the good stuff. Gene neemt zijn cliënten liever mee uit wandelen dan dat hij ze op een sofa in de spreekkamer legt. The shit moet eraf, dan blijft de good stuff over.

Bij henzelf is ook de shit eraf. Bij haar de werkdruk, de jetlags, het onregelmatige leven. Bij hem het alleen zijn, geen hulp kunnen krijgen wanneer dat wel nodig is. De good stuff viert hoogtijdagen. Ze zijn dat samen, good stuff, met uitgebreide maaltijden, mooie wandelingen, lieve momenten in een klein klein wereldje met een grote tuin.

(Translation by Gene Barry)

Gene & Margot falling in love all over again

She has soft, straight, bright blond hair. When she smiles, she shows a seductively playful slit between her front teeth. As manager (United Kingdom & Ireland) of a globally operating drug producer, Margot (49) flies around the world every week. It is not uncommon for her to visit two or even three continents within ten days to attend meetings, manage teams, catch up with other executives and see for herself how the collaborations are progressing. She talks about her work with lights in her eyes. Enthusiastic and has never forgotten where she comes from, first from the farm to nursing school. She herself ran through the hospital corridors on Crocs for years. It now allows her to level with everyone from top to shop floor and that has worked to her advantage.

At home she has been with Gene for 21 years, a tall, somewhat balding 64-year-old man with a sweet look and a big grin. They built their house in rural Ireland. They are used to talking about their experiences of the day by talking on the phone. She from an anonymous hotel room. He from the matrimonial bed from where he enjoys the breathtaking view. The world is their backyard.

Gene is a therapist specializing in the treatment of sexual trauma. It is a gentle man who looks at you carefully when he talks to you, listens to what you have to say. Also, someone with a heart on the tongue, with far-reaching interests that he likes to share with you. An idealist perhaps. Someone who continues to believe in a good world against their better judgment. One in which we love, help and respect each other. He is also a man who suffers from multifocal motor neuropathy, a muscle disease in which muscle tissue is slowly but gradually lost. The muscles become thinner, the strength less. On bad days he cannot dry himself after showering.
Ireland is in a complete lockdown. Horeca has been closed for weeks. Permission is required to go out. Margot is at home. She can’t remember the last time she was home. She has attended conferences from all over the world from her office, which has not changed. But instead of half past four her alarm clock now rings at 8 o’clock. Gene makes breakfast. They both work until 11am, then drink coffee together in the garden. We have lunch, talk, walk, work, talk and love. So far from civilization it is easy not to have to see anyone. The only way to their house is only one car wide. You see another coming and can let it pass. The large house has ample storage space for provisions. You only have to do your shopping once a week.

There’s shit on top of the good stuff. Gene would rather take his clients out for a walk than put them on a sofa in the doctor’s office. The shit has to go off, then the good stuff remains.

Their shit is also gone. For her the work pressure, jet lag, irregular life. For him the being alone with him, not being able to get help when necessary. The good stuff celebrates its heyday. They are that together, good stuff, with extensive meals, beautiful walks, sweet moments in a small little world with a large garden.

Transation by Gene & Google

Maar niet immuun voor liefde – 5.

Nieuw- Zeeland | Marion alleen in het paradijs

Eind jaren negentig kocht ze, als een van de eersten, een stuk grond op Ecovillage Otamatea op het Noordereiland van Nieuw-Zeeland. Drie van haar vijf kinderen woonden nog bij haar. De oudste twee meiden bleven achter in Nederland. De grond was nog ruw en onbewerkt, maar het plan was om er een volledig groen, bewoonbaar gebied van te maken.

Door het werk van haar man Rick was het gezin gewend te reizen en te verhuizen. Gedurende het huwelijk werden vijf kinderen geboren. Twee daarvan wonen momenteel in Nederland, één in Finland, en de twee jongsten in Nieuw-Zeeland. Marion zelf vliegt regelmatig van de één naar de ander en landt ook graag nog even in de rest van de wereld om een kijkje te nemen. Niet zelden besluit ze elders langer te verblijven.

Zo verbleef ze dus ook in Nederland toen corona wild om zich heen begon te slaan. Ze kon met haar NZ-paspoort nog net op tijd haar ticket omboeken om het land binnen te komen. Nieuw-Zeeland gooide de grenzen dicht.

Nieuw-Zeeland telt op het moment 451 positief geteste coronapatiënten. Er liggen twee mensen op de IC, beiden verkeren in kritieke toestand. Het land kondigde Alert Level 4- Eliminate aan. Het betekende voor Marion twee weken huisarrest na thuiskomst.

Maar er is wellicht geen betere plek om in complete isolation te zitten dan Otematea Ecovillage waar inmiddels zo’n 22 huishoudens zich hebben gevestigd. Eén daarvan is haar ex-man en zijn geliefde. Haar jongste zoon is ook van plan zijn bestaan daar op te bouwen. Iedereen heeft zijn eigen stuk grond waarop volop groente en fruit wordt geteeld. Er lopen dieren vrij rond, er zijn watersystemen aangelegd, energie wordt opgewekt met behulp van de elementen. Werkelijk geïsoleerd wonen kán hier dus ook.

Het is nazomer, er is nog volop te eten. Met de kinderen belt en appt ze. Er zijn in haar leven zo vaak tijden geweest dat ze haar kinderen alleen maar door een beeldscherm zag. Twee meter afstand bewaren tussen haar en de overige bewoners van het land is haast een lachertje. Er is land zát. Er is ruimte. Ze komen elkaar in de verte tegen, wisselen warme begroetingen uit, met lieve gezichtsuitdrukkingen, thumbs up en blowkisses. De zon schijnt over het land. De prachtige zomer maakt langzaam plaats voor een stille nazomer. Ze werkt in de tuin, wandelt met de ezels, plukt nog wat verloren fruit, slaapt in de hangmat. Is in gedachten bij de mensen van wie ze houdt en weet dat er ook weer een tijd zal komen dat ze allemaal vanuit verschillende kanten van de wereld naar haar zullen afreizen.

maar niet immuun voor liefde – 4.

Zuid-Korea | Mariah, Cas en 8745 kilometer

Het was de liefde waarvoor ze vijftien jaar geleden vanuit North Carolina naar Nederland verhuisde. De liefde heet Cas. Een goedlachse, openhartige, liefdevolle Amsterdammer met het hart op de tong. Ze bouwden in West op drie hoog een nieuw bestaan op. Hij stuurt een heel team aan bij een producent van medicijnverpakkingen. Zij student aan de Kunstacademie. Vorige jaar behaalde ze haar Master Fine Arts aan het Sandberg Instituut. Daarna braken voor haar als kunstenaar stille tijden aan. Je kunt wel ideeën hebben als maker, wel de voortdurende behoefte voelen om je handen aan de slag te zetten, punten willen zetten met je werk, boodschappen overbrengen, maar als je er niet voor betaald krijgt, wordt de ruimte om tot uitvoering te komen met de dag beperkter. Dus toen ze in januari werd uitgenodigd om drie maanden deel te nemen aan het Artist in Residence Program Seoul Artspace Geumcheon in Zuid-Korea was de woonkamer te klein. Ik stel me voor hoe ze de kuiltjes in haar wangen heeft gegrijnsd, een dansje maakte, haar lief omhelsde of misschien heel stilletjes en klein even in elkaar kroop. Het hebben van werk waarvoor je niet (voldoende) betaald krijgt, dat niet iedereen begrijpt en waarvoor weinig ruimte is in onze maatschappij doet een groot beroep op je doorzettingsvermogen, op je wils- én overlevingskracht.

Zuid-Korea telde 40 besmette coronagevallen toen ze arriveerde op 9 februari jl. Er leek weinig reden tot zorg en al helemaal geen reden om de kans voorbij te laten gaan. Maar in de weken die volgden, liepen de aantallen besmette gevallen in rap tempo op, niet alleen in Zuid-Korea. Cas zou op maandag 16 maart naar haar toe vliegen. Hij had een duur hotel geboekt waar ze een week samen zouden verblijven, waar ze uitgebreid zouden eten en lange nachten maken in een kingsize bed. Na veel heen-en weer gebel en geapp, besloten ze te annuleren. De kans dat hij niet meer op tijd terug zou kunnen was te groot. Bovendien was inmiddels wel duidelijk dat het verstandig was grote mensenmassa’s te mijden en dat konden de vlieghavens toen nog niet garanderen.

Maar wat als een van beiden ziek wordt? We zijn gewend geraakt aan het gemak waarmee we grote afstanden kunnen overbruggen. We vliegen in een dag naar het einde van de wereld als het nodig is, maar niet dus als vliegtuigen aan de grond blijven, dan niet. 8745 kilometer zit er tussen hen in. Er wordt gebeld en geappt, lange leven WhatsApp. Moet ze onmiddellijk terug naar huis komen, haar werk afbreken, het project laten zitten om hier te zijn voor de grenzen sluiten, voor ze die beslissing niet meer kan maken?

In heel Zuid-Korea leven 51 miljoen inwoners. Eénderde van de 9.000 coronapatiënten is inmiddels genezen verklaard, lees ik vanmorgen in De Volkskrant. De piek lijkt voorbij te zijn. Het leven wordt langzaam weer opgepakt. Mariah werkt iedere dag met collega’s aan haar project. Ze mag eindelijk voltijds haar eigen beroep uitoefenen. Tussendoor maakt ze wandelingen door de bergen, zuigt haar longen vol met frisse lucht. Ze is gewend ver van huis te zijn. Cas werkt thuis door. Hij heeft zijn vakantiedagen weer ingeleverd en houdt ze vast.

Mariah Blue is multidisciplinair kunstenaar. Ze onderzoekt technologische thema’s variërend van aardewerk uit de steentijd tot machine learning algoritmes. Meer informatie en beeldmateriaal van haar werk vind je hier.