Kleur de openbare ruimte

Ik word wakker om half vijf. De regen klettert luid op het dak van de veranda. Het komt met bakken uit de lucht. Frisse wind door het open raam. Ik luister terwijl ik kijk naar het gordijn dat zacht op en neer wiegt.

Er zitten veel mensen in mijn hoofd die allemaal nog niet snappen dat de droom is afgelopen. Er wordt nog een beetje om aandacht gestreden. Om beurten zie ik ze voorbij komen. Het zijn mensen uit mijn leven: een leerling, een vriendin, een collega, een bekende, een vriendin van vroeger (hoe zou het met haar zijn?) een jongen die ik begeleidde, een vriendin van mijn dochter. Nog nooit heb ik deze groep mensen bij elkaar gedacht. Nog nooit heb ik een verband tussen de een en de ander gelegd en nu verschijnen ze allemaal samen in één droom. Dat verband is er dus wel, alleen heb ik het eerder nooit bewust geregistreerd. Kennelijk was ik er wel van op de hoogte. Wie anders dan ikzelf regisseert immers mijn dromen?

De mensen hebben weinig met elkaar gemeen, behalve dan dat ene en zelfs dat eigenlijk niet.

Ik voel mij tamelijk bevoorrecht met mensen in mijn leven uit allerlei verschillende rangen en standen, in allerlei verschillende kleuren, met verschillende achtergronden. Ik bedoel niet alleen wat betreft kleur, maar ook wat betreft opleiding, financiële status en leeftijd. Wat we over het algemeen gemeen hebben is precies dat, het verschil, maar ook de opvatting om ruimte te maken voor een ieder in je leven en de ander met open vizier tegemoet te treden.

Het is niet dat ik mij graag omring met diverse mensen. Het is dat ik mij graag omring met ménsen en dat die in allerlei vormen en maten en kleuren op mijn pad komen. Het zou me meer moeite kosten een selectie te maken.

Gisteren fietste ik naar de supermarkt, toen ik de hoek om kwam, botste ik bijna tegen een zwarte man. Ik dacht het letterlijk, ik dacht: een zwarte man. Vóór de opstanden van de afgelopen weken zou ik nooit hebben gedacht: een zwarte man. Ik zou hebben gedacht: hé mooie man, of: nou zeg, kijk es uit. Of: kijk niet zo sacherijnig, of: mooie schouders, of: leuke schoenen. Of wat dan ook. Nu denk ik: een zwarte man. En meteen daarachteraan: keek ik wel goed?

Nooit heb ik gedacht dat ik mij schuldig maakte aan rascisme. Als ik mijzelf betrap op een vooroordeel, jegens wíe dan ook, probeer ik dat zo snel mogelijk recht te zetten. Maar nu moet ik onderkennen dat ik ook nooit zo heb ingezien dat rascisme voor sommigen van ons een vaste plaats in hun leven heeft. Nooit heb ik ingezien dat we gezamelijk de verantwoordelijk hebben daar een einde aan te maken. En nu pas snap ik het: ik word niet aangesproken op dat wat ik fout doe. Ik word aangesproken op het stilzwijgend tolereren wat anderen fout doen, of in het verleden hebben gedaan!

Vanmorgen hoorde ik een discussie op de radio waarin werd beweerd dat het omver trekken van standbeelden en het veranderen van straatnamen te ver afwijkt van de discussie. Ik zat hoofdschuddend in de auto. Nee dat is het niet. Als we onze samenleving willen omarmen moeten we ervoor zorgen dat onze samenleving ruimte heeft voor iedereen die daar deel van uitmaakt. En die ruimte, dat ís de openbare ruimte, in fysieke, digitale, letterlijk en figuurlijke vorm.

Bij mij in de straat hangen sinds een aantal weken bordjes die de weg wijzen naar de Take- Away-Febo. Of de eigenaar daar toestemming voor heeft gevraagd of niet, is mij niet duidelijk. Ik erger me er evengoed al weken aan. Hoezo mag de openbare ruimte bevuild worden met reclame (1) voor ongezond, onverantwoord geproduceerd voedsel (2)?? Ineens vonden we daar een oplossing op, mijn dochter en ik. Het leverde een wijze les op, een fijne middag, een goed gevoel, en alvast twee mooie borden.

Ik wil een ieder met open vizier tegemoet treden. Ik wil niet denken: die is zwart, die is wit. Ik wil denken: hé een mens! Ik wil mij niet onzeker voelen of ik mensen tekort doe of beschadig doordat ik in mijn onnozelheid een verkeerde term gebruik. Ik wil dat wij allen gelijk zijn en daarvoor is dit gevecht dus nodig. Ik begrijp dat nu pas. Sorry dat ik zo laat ben.