Schaamte en vooroordeel

Het niet hebben van vooroordelen is best lastig. We hebben ze immers niet voor niets. Mensen categoriseren geeft overzicht. Het stelt gerust enigszins te snappen wie we tegenover ons hebben. Ik betrap mijzelf er met enige regelmaat op; ik dacht dat iemand dan ook wel zus en zo zou zijn, aangezien hij al had laten zien van dit en dat te houden en bovendien ja, met díe ogen, díe blik had ik meteen al in de gaten dat het dan wel zo ongeveer die kant uit zou gaan. Je snapt het. Ik zit er regelmatig naast. Wat zeg ik, ik zit er bijna altijd naast. Hoe fijn!

In de winkel gebeurt het soms sneller dan ik met mijn ogen heb geknipperd. Op basis van uiterlijk, een oogopslag, een tas heb ik al geconcludeerd dat iemand komt vragen naar bv. chicklit, wat we niet verkopen. Ik maak me klaar om antwoord te gaan geven op de te verwachte vraag (Waar heb je Jill Mansell?) en dan rolt er uit zo’n mond: hebben jullie alléén De Idioot van Dostojevski op voorraad? Kortsluiting.

Schaamte overvalt me altijd direct. Ik voel me dom. Zó dom, omdat ik pas op dát moment in de gaten heb dat ik het al dacht te weten. Maar de schaamte wordt altijd direct opgevolgd door opluchting omdat eigenlijk niets fijner is dan de realisatie dat de medemens je blijft verrassen. Dat we dus met z’n allen níet zo zijn zoals we denken te denken, maar altijd weer anders. Iedereen is altijd weer anders en jij, de ander, weet daar eigenlijk geen zak van af. Hoezee.

Dat Brusselmans dus helemaal los gaat over Anouk is dus op geen enkele manier een belediging voor Anouk. Op geen enkele. En ik hoop dat ze in staat is dat te zien. Brusselmans gebruikt een betaalde plek, namelijk een column in de Nieuwe Revu, om alles wat hij denkt te weten over Anouk neer te kwakken op de meest beledigende wijze die hij heeft kunnen bedenken. Over haar afkomst, over haar ouders, over haar partnerkeuze en de keuze voor haar kinderen. En al die stappen in haar leven vult hij in op de meest clichéachtige wijze die je maar kúnt bedenken. Ongeveer zo; achterbuurtvolk is trash, wegloopkinderen hebben het verdiend, verschillende vaders voor je kinderen is achterlijk. En dat is werkelijk zo’n beperkte levensvisie dat het eigenlijk hilarisch is.

Als het niet intens jammer zou zijn geweest. Want natuurlijk gaat het nog verder dan dat. Het al hebben van vooroordelen ervaar ikzelf als uitermate beperkt. Ze uitspreken is beledigend en onnodig. Maar je positie als kunstenaar inzetten om ze publiekelijk tentoon te spreiden, omdat het kán, dat maakt de wereld een lelijkere plek. En dat is eigenlijk heel erg verdrietig.

 

Doodgaan is niet altijd even leuk

Er zat een jonge merel in de tuin vanmorgen. Ik kon nog net op tijd mijn honden, die graag voetballen met alles wat weerloos is, binnen houden.

Hij zat tegen een muurtje aan en had zichzelf, de grond en het muurtje onder gescheten, wat ik knap vond en ook zielig. Er waren kennelijk al wat bange minuten verstreken voor ik de achterdeur had opengegooid. Ik moest meteen denken aan mijn vorige jonge- merel-in-de-tuin-ervaring, een jaar of drie geleden. Toen had ik, in een tamelijk ondoordacht moment vol moedergevoelens, direct een doosje paraat waar ik hem meelevend in tilde. Na twee minuten stond ik ook nog met een enorme spa regenwormen uit de kleigrond te scheppen. Het jong beliefde geen regenwormen en ook voor Brinta haalde hij zijn neus op. Zelfs als ik het er met een eigengemaakt trechtertje probeerde in te gieten. Inwendig groeide de paniek, bij mij welteverstaan. Ik bleef op om hem nogal opzichtig met rust te laten, toe te dekken, zachte woordjes toe te fluisteren, water te voeren. Niks hielp. De volgende ochtend belde ik de dierenambulance. De vriendelijke medewerkster slaakte een diepe zucht nadat ze mijn verhaal had aangehoord. Ik had hem niet moeten oppakken, jonge merels worden nu eenmaal uit het nest gedonderd als pa en ma er genoeg van hebben. Hij moest het zelf doen. Of me niet was opgevallen dat pa en ma nog in de buurt waren? Ik keek over mijn koffiekop heen naar buiten waar op de linker schutting een bruine merel, en op de rechter een zwarte zat. Schaamte. Ik besloot hem terug te zetten op het schuurdak, een veilige plek tegen poezen, zo leek me. Minder veilig tegen vallen echter. Na een uur lag het jong, gewond nu, op de grond te krijsen. Pa en ma keken me verwijtend aan. Nog meer schaamte. De rest durf ik hier niet te vertellen. Maar het ging er bloedig en piepend aan toe en eindigde met een kruisje in de tuin en ik die stiekem en zenuwachtig een sigaret rookte.

Daar dacht ik dus aan toen ik vanmorgen het jong zag zitten. Ik haalde het dus niet in mijn hoofd het beest op te pakken maar wenste pa-merel op de schutting veel succes en fietste naar mijn werk. (Ja. Zoon geappt: houd de honden binnen!) Toen ik thuiskwam lag het jong in de GFT-bak. Niemand hoefde te huilen.

Ik vraag me af waar het mis is gegaan. Hebben de ouders hun kind te vroeg uit het nest gelazerd? Was het kind gewoon de zwakke schakel van het gezin die niet op eigen benen bleek te kunnen staan, niet nu en niet ooit? Of, en ik pleit voor deze optie, was het gewoon een kwestie van vette pech, namelijk verkeerd terecht gekomen omdat er juist op het moment van springen (de landing bedóeld op het zachte gras) een aardig zuiderwindje aansterkte die net onder de vleugels greep waardoor de linker brak en het arme jong met zijn volle gewicht op zijn rechter terecht kwam en daarmee gedoemd was een langzame en toch wel behoorlijk vernederde dood tegemoet te treden. En is het dan in zo’n geval beter om te worden opgeraapt door een idioot die alles uit de kast trekt om je te redden, inclusief kusjes op je snaveltje óf kun je beter met rust gelaten worden en sterven terwijl je je pa en ma vanaf de schutting ziet toekijken? Precies ja, dat bedoel ik. Ik kan weer slapen vannacht. Welterusten.

De macht van de (gepubliceerde) mening

Als boekverkoper lees ik wekelijks de boekrecensies in de kranten. Op verzoek van klanten in de winkel, zoek ik nog wel eens een online-recensie op. Ik kijk vrijwel nooit naar DWDD met uitzondering van de maandelijkse boekenaflevering. Immers, de mening van Matthijs télt. Boek van de maand bij DWDD betekent vrijwel hetzelfde als bestseller. In elk geval dan toch de gehele week na de uitzending, meestal langer. Vier of vijf sterren / bollen betekent dat de vraag in de winkel naar het boek vanaf die dag zal toenemen. Maar wat betekent een recensie nou eigenlijk en is het eigenlijk niet veel meer dan een (vaak slordig en ongefundeerde) mening van de recensent?

Vriend en medisch-militair historicus Leo van Bergen kwam een aantal weken geleden weken zuchtend bij me op de thee. Hij had van ‘Medisch Contact’ het verzoek gekregen een recensie te schrijven over het nieuwe boek van Ad van Liempt en Margot van Kooten ‘Hier om te helpen’ (Balans) maar mocht slechts 300 woorden besteden aan zijn stukje.

Hier om te helpen’ gaat over 150 jaar geschiedenis van het Nederlandse Rode Kruis, een onderwerp waarin Van Bergen (als een van de weinigen) nogal thuis is. Van Liempt en Van Kooten hebben zijn werk gelezen, althans dat beweren ze. Het staat in elk geval genoemd in de literatuurlijst en hij wordt eenmaal aangehaald in het boek. ‘Maar er klopt geen zak van’, ergert Leo zich. Feiten zijn verkeerd geïnterpreteerd, sommige domweg foutief, en er wordt behoorlijk selectief door de 150 jaar geschiedenis van het Rode Kruis heen gebanjerd waardoor het eindresultaat op zijn zachtst gezegd ‘onzorgvuldig’ is te noemen.

Hetzelfde boek krijgt op zaterdag 10 juni jl. van wetenschapsjournalist-met-een-hekel-aan-slappe-meningen (zo zegt hij zelf op zijn website) Marcel Hulspas in De Volkskrant 5 sterren. Als ik de mening van Van Bergen niet zou kennen, zou de lovende recensie van Hulspas me direct naar de boekhandel doen rennen. Maar wie is Hulspas nou helemaal in dit verhaal? Een wetenschapsjournalist die zelf o.a. schrijft over het Midden Oosten en alle vraagstukken daaromtrent. Geen medisch of militair historicus in elk geval. Vandaar ook dat hij inhoudelijk niet kán beoordelen of de feiten juist zijn of niet en dat is als recensent zijn taak ook niet. Hij is er terecht vanuit gegaan dat de auteurs en de uitgeverij hun werk inhoudelijk goed hebben gedaan. Hij beoordeelt het eindresultaat op de indruk die het boek achterlaat op een leek, namelijk historisch, accuraat, wel onderzocht en volledig.

Ik vraag mij wel vaker af of de recensent het besproken boek wel werkelijk helemaal heeft gelezen, en ik krijg regelmatig de indruk dat het lastig gevonden wordt om een negatieve recensie te schrijven over een auteur die al geboekt is voor alle literaire podia van het lopende seizoen. En dan heb ik het nog niet gehad over de keuze van het boek, zoals u weet gaat de grote meerderheid van de recensies over boeken die zijn uitgegeven rondom de gouden grachtengordel. Wat u bijna het idee zou kunnen geven dat dat de enige uitgeverijen zijn die goede boeken maken.

Het is een mening, niet meer en niet minder dan dat. Een mening van iemand van wie je kunt aannemen veel te lezen. Zo veel misschien wel dat de kans groot is dat hij/zij een andere kijk heeft op de beleving van goede literatuur dan u en ik. Deze mening kunt u mee laten wegen in de keuze voor een boek. Een andere mening die u kunt overwegen aan te horen voordat u tot aanschaf van een nieuw boek overgaat, is die van iemand die u kent en die van dezelfde boeken houdt als uzelf. En dan hebben we nog de boekverkoper, die alles leest en die geen hekel heeft aan slappe meningen. Omdat ze begrijpt dat je alleen een sterke mening moet hebben over onderwerpen waar je verdomd veel vanaf weet.