De kunsteducator

24 blogs. 1 per maand. 2 jaar lang. Ik loop nu al achter.

Ik startte in september 2020 met de Master Kunsteducatie aan de Hogeschool voor de Kunsten in Tilburg (Fontys). Na tien jaar poëzieonderwijs te hebben gegeven aan kinderen van 4 tot 18 jaar, werd het tijd voor verdieping, uitbreiding en een nieuwe route. Gedurende deze twee jaar zal ik hier maandelijks berichten over kunsteducatie, onderwijs (en de rol van literatuur daarin) kunst (en de rol van literatuur daarin) en taal met haar drie verschillende petten op binnen het onderwijs, namelijk het vak zelve, het overdrachtsmiddel tussen alle overige vakken en taal als kunstvak, dat in Nederland nog steeds het kleinste deel is.

  1. Vrijdag de 13e

Op 13 maart 2020 werd in één dag mijn hele agenda leeg geveegd. Het begon met een kort berichtje in mijn mailbox: helaas hebben we zojuist moeten besluiten tot het annuleren van ons literaire festival… Daarna volgden telefoontjes, appjes en tot slot een lange mail waarin een hele reeks lessen werd geannuleerd.

’s Avonds lag ik in bed naar het plafond te staren. Ik voelde mij relatief rustig. Ik ben in mijn leven een aantal keer met weinig opnieuw begonnen en wist wat mij te doen stond. Dus begon ik in mijn hoofd plannen te maken: er waren kwaliteiten die ik kon inzetten op andere fronten, misschien kon ik de sociale dienst ondersteunen nu er ongetwijfeld veel aanvragen zouden volgen. Ik had daar per slot van rekening in een ver verleden gewerkt. Ik stuurde vast een mailtje en reageerde in één beweging door op een oproepje dat voorbij kwam via Nextdoor: schoonmaakster gezocht en vroeg meteen een Tozo-uitkering aan.

In de weekend die daarop volgde, had ik tijd. De Gemeente Nijmegen handelde snel met het uitkeren van de Tozo dus ik hoefde mij voorlopig geen financiële zorgen te maken. Met een lege agenda en het verzoek zo veel mogelijk thuis te blijven had ik alle tijd om na te denken over hoe het verder moest. Er bekroop mij een vreemd gevoel. Ik zal niet de enige zijn geweest die dag.

Als schrijver en zelfstandig ondernemer in de culturele sector ben ik gewend heel hard te werken en daar niet veel geld mee te verdienen. Een boek schrijven kost mij doorgaans een jaar. Van de opbrengsten kunnen we een leuk weekend maken. Het schrijven doe ik dus doorgaans naast mijn betaalde werk. Ik heb al wel honderd keer gedacht dat ik er beter mee kan ophouden, omdat het niet goed genoeg.., omdat het te veel tijd.., omdat het niets oplevert, omdat het niets toevoegt en ga zo maar door. Maar tot nu toe heb ik altijd exact het tegenovergestelde gedaan; namelijk nóg meer tijd investeren in het schrijverschap.

Dát proces, waarin ik mij afkeer van wat ik doe op het moment dat het moeilijk wordt, ga twijfelen aan mijn eigen kunnen, dat begon me ineens tegen te staan. Ik spendeerde al jaren regelmatig heel véél energie in het uitdenken van een alternatief pad waarin in succesvol zou kunnen worden om het vervolgens toch níet te doen. Ik had in de afgelopen jaren al meer dan vijftig sollicitaties gedaan. Sollicitaties die nooit zijn uitgelopen op een baan, omdat ik er zelf vanaf zag, omdat de potentiele werkgever heel goed inzag dat ik de baan eigenlijk niet wilde, of omdat ik er totaal ongeschikt voor was. Wat zou er gebeuren als ik de tijd die ik spendeerde in het zoeken naar alternatieve inkomstenbronnen zou investeren in mijn eigen werk?

Dit is de eerste blog in een reeks van vierentwintig blogs die ik gedurende de komende twee jaar zal schrijven. Deze blogs werden mede mogelijk gemaakt door Het Nederlands Letterenfonds. Met deze blog wil ik je de gelegenheid geven mij te volgen op het pad dat ik ben gaan bewandelen, als schrijver, als student, als poëziedocent, als kunsteducator in wording, als museumbezoeker, kunstliefhebber, dichter, observator, criticus, knutselaar, lezer.