Les 1. Zorg altijd voor een gestructureerd dagritme

Ok dus het gaat op het moment dus ongeveer als volgt: ik sta op om acht uur nadat de wekker is gegaan. De afgelopen twee nachten sliep ik wonderbaarlijk goed en dat kan niet anders dan komen door het nieuwe kussen dat ik kocht bij de IKEA en dat exact doet wat het mij heeft beloofd, namelijk zorgen dat mijn nek- en schouderklachten als sneeuw voor de zon verdwijnen. Joechei.

Ik roep mijn dochter en trek de gordijnen op haar kamer open. Afhankelijk van mijn humeur kruip ik of nog even bij haar in bed of wandel ik door naar de woonkamer waar ik op de grond ga liggen om Lucy te knuffelen, als zij tenminste niet bij mij in bed heeft geslapen. Daarna zet ik koffie en kijk het journaal. Eerst NOS, dan RTL 4. Dan schenk ik bij en snijd een dikke plak ontbijtkoek af die ik besmeur met roomboter (niet te kinderachtig) en kijk nog naar BBC News en CNN.

Ik trek iets makkelijks aan, kijk niet in de spiegel en lijn Lucy aan om naar de nevengeul te fietsen waar we zonder al te veel omhaal in duiken. Dat verheldert de zaak onmiddellijk. Ik zwem. Kop onder water. Kop boven water. Zwem. Heen en weer. Het water is koud en heerlijk en tijdens het terugzwemmen bedenk ik me wat ik ga doen met de dag die voor me ligt. Langzaamaan begin ik haast te krijgen. Het is al half tien en ik heb nog niets nuttigs gedaan! Ik moet aan het werk! Dus kleed ik me snel aan, fluit naar Lucy die natuurlijk onmiddellijk komt en fiets naar huis. Meer koffie en laptop aan.

Ik beantwoord mailtjes, maak afspraken met mensen van wie ik tijdens het zwemmen heb bedacht dat we samen kunnen gaan werken, schrijf plannen uit, tik een opzet voor een blogje, check www.culturele-vacatures.nl, kijk in mijn agenda, constateer dat er niets urgents te doen is en besluit te gaan lunchen.

Ik moet een nieuwe blogreeks opstarten en die verkopen aan de krant (maar die stond al vol). Ik moet een nieuwe serie lessen gaan schrijven en die aanbieden aan de mensheid (maar ik geef al les bij de Schrijversacademie). Ik kan vast beginnen aan een nieuwe roman (maar dat gaat niet met mijn meisje de hele tijd om me heen). Ik kan de nieuwe bundel vast gaan promoten (maar wie verdient er nou werkelijk geld met een bundel). Ik moet scholen gaan benaderen om nieuwe poëzielessen in te kopen (maar zij hebben nu toch wel wat ander aan hun kop) Ik moet scholen gaan benaderen voor de training Creatief Denken die ik zo tof in elkaar heb gezet (maar zij hebben nu toch wel wat anders aan hun kop). Ik moet contact opnemen met de TOZO-dame om erachter te komen hoelang dát nog doorgaat, of ze niet een opleiding voor me kan betalen zodat ik me kan laten omscholen (bakker? mondkapjesnaaister? tuinkabouter?) Ik kan maar beter gaan wandelen.

We lopen langs de Waal. Het is prachtig weer. Lucy dartelt om mij heen. Links en rechts maak ik wat kiekjes van het water, de lucht, dode- en levende dieren. Ik schrijf er een tekstje bij. Het blijkt een gedicht te zijn. Ik sla het op. Dan trek ik mijn kleren uit en duik er nog maar eens in. Als ik thuis kom, ga ik mijn meisje helpen met school. Haar kamer moet nog opgeruimd worden. We willen de eettafel en het muurtje in de woonkamer eigenlijk al maanden schilderen. We houden van Monopoly, van Scrabble, van films en van elkaar. Ik weet niet hoe het verder gaat maar ook zonder dat te weten gaat het verder.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s