maar niet immuun voor liefde – 2.

België | Annelies, 2 kinderen, 2 pleegkinderen, 2 poezen en een nest ratten op zolder

De twee pleegdochters die ze onder haar hoede nam vanaf hun peutertijd zijn inmiddels 18 en 19. Na jaren van zorg om het op poten krijgen van de levens van die twee, is in de loop van afgelopen jaren gekozen voor begeleid wonen projecten, die twee weken geleden om beurten hun deuren sloten. Haar eigen kinderen, beide lagere schoolleeftijd, zijn inmiddels ook thuis.

Ze heeft een cruciaal beroep en zorgt ervoor dat ze dagelijks op haar werk verschijnt. En dus laat ze de boel met instructies voor schoolwerk en huishoudelijke taken ’s morgens achter. Iemand is achtervang. Iemand kan worden gebeld. Zelf houdt ze haar telefoon in de buurt zodat ze ieder moment antwoord kan geven op vragen van het thuisfront: waar staat de pindakaas? Mag ik naar buiten? Hoe moet het verder?

Het boeltje heeft niet voor niets begeleiding normaal gesproken. In dit huis zijn in de afgelopen jaren evenveel diagnoses gesteld als dat er mensen wonen. Als ze thuis komt aan het einde van haar werkdag jagen de meiden elkaar het huis door, de poezen elkaar de gordijnen in, blijken sommigen zich verder hebben teruggetrokken dan goed voor hen is, halen anderen onbedoeld hard uit. De vaat staat hoog opgestapeld op het aanrecht. Vier scholen laten via de mail weten wat de verschillende programma’s voor de komende week is. Iemand ontdekt een nest ratten op de zolderverdieping. De opruimingsdienst heeft de komende weken geen tijd.

Het kleine beetje ruimte dat er was voor haar, om na haar werk, na het zorgen voor huis en kinderen, soms even een stil moment voor zichzelf te hebben waarin ze het liefst voorzichtig een mooi klein gedicht optekent, is nergens meer te bekennen.

Er zijn situaties voorstelbaar waarin het stopt, waarin je de grenzen van je kunnen bereikt, waarin je niets meer in huis hebt waarop je kunt terugvallen. Ik ken dat punt zelf ook. Ik ben er een paar keer geweest in mijn leven. Als ik dat punt bereik, is steevast het eerste dat ik denk: wie heeft er een peuk? Het liefst trek ik mij dan terug, ga in een hoekje van de wereld zitten met een pakje sigaretten en wacht tot ik weer verder kan. Of tot iemand me vindt.

Voor haar is het drank. Ze weet er al jaren mee om te gaan. Het is al jaren geen bedreiging meer, maar op die woensdagmiddag is het ineens weer daar. De wanhoop, de noodzaak, de oplossing.

Je kunt willen dat het even ophoudt, alles, dat het even stil is, dat je even niet verder hoeft. Ze drinkt de fles leeg. De kinderen zijn getuigen. De noodlijnen worden ingeschakeld. Iemand krijgt op zijn flikker alsof zij een klein kind is. Iemand wordt meegenomen. Iemand blijft beschaamd achter.

We zijn stil aan de telefoon. Ik luister hoe zij inhaleert en rustig uitblaast. Ik weet hoe ze een lok haar uit haar gezicht veegt. Ze vertelt me hoe het langzaam beter wordt. Hoe erover wordt gepraat nu, over het falen, de schaamte, het wel willen maar niet kunnen. Nu gaat het niet meer alleen over de kinderen, maar ook over haar zelf. De meisjes ruimen nu de vaatwasser in. De ongediertebestrijdingsdienst heeft bevestigd dat ze woensdag het rattennest komen weghalen. Er worden pizza’s besteld.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s