To hamster or not to hamster, that is not the question

De opmerking die ik iemand hoorde maken, dat het hamsteren een soort van stelen was, bleef de hele ochtend in mijn achterhoofd zitten. Wat is het toch met ons, vroeg ik me af, dat we de neiging hebben het handelen van de ander, négatief uit te leggen? De overheid houdt informatie achter, de geïnfecteerde heeft schijt aan zijn medemens, de jongere heeft gebrek aan compassie waar het gaat om de ouderen en we hamsteren omdat we alleen aan onszelf denken? Ik gelóóf het niet.

Volgens mij zijn we zelf een prima maatstaf voor de ander. Zo veel verschillen we nou ook weer niet van elkaar. En als ik dan naar mijzelf kijk, concludeer ik het volgende.

Het duurde best lang voor ik de ernst van de situatie inzag. Vorige week had ik mij teruggetrokken in een prachtig schrijfhuis in Watou, waar ik geen nieuws volgde. Toen ik op woensdagavond op aanraden van het thuisfront, wel een keer naar het journaal keek was ik zo verbaasd dat ik het nauwelijks bevatte. Omdát ik het niet bevatte, ging mijn leven daar dus ook gewoon nog door. Het werd donderdag, ik gaf de huiseigenaar nog een ferme knuffel ter dank en reed naar huis. Het werd vrijdag, ik liet een vriendin van mijn dochter logeren. Het werd zaterdag, ik sprak met vrienden af in de kroeg. Ik had inmiddels wel desinfectiemiddel gehaald, waste mijn handen en hield afstand, maar had nog steeds de ernst van de situatie niet door. Op zaterdagavond viel het kwartje pas, nadat ik een stuk las over het omlaag halen van de piek. Dát was voor mij klare taal; iets waaraan ik kon meewerken en dus deed ik het: meewerken.

Sindsdien volgen we hier thuis de voorschriften behoorlijk nauwkeurig op. We zijn thuis, werken wat, klooien wat aan, kijken goeie televisie, wandelen en fietsen door de Uiterwaarden. Waar mogelijk houd ik echt anderhalve meter afstand tot iedereen behalve mijn huisgenoten en als het wel eens gebeurt dat die anderhalve meter afstand tot een vreemde wordt verkleind, is het zeker niet omdat ik er schijt aan heb. Eerder omdat het onvoorzien is.

De vergelijking van het hamsteren met stelen doet me zeer. Dat lijkt overdreven maar dat is het niet. We hebben besloten dat hamsteren stom is, slecht en egoïstisch en nu gaan we dus allemaal níet hamsteren en laten zien dat we niet hamsteren en daarmee laten zien hoe groot ons empathisch vermogen is. Maar misschien is de reden van de hamsteraar wel een hele andere. Misschien hamstert hij omdat hij wil voorkomen dat hij om de haverklap naar een winkel moet waarmee hij nauwelijks kan voorkomen dat hij in contact komt met anderen. Misschien is het dus wel een hele empathische, sympathieke reden om te hamsteren.

Ik wil me niet uitlaten over het hamsteren, over wat we wel en niet moeten doen, wel en niet moeten laten. Ik weet het niet. Maar ik weet wel dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten. En ik geloof ontzettend dat de overgrote meerderheid van dat schuitje wil dat we allemaal veilig en wel weer uít dat schuitje kunnen stappen straks, als de zomer aanbreekt.

2 Replies to “To hamster or not to hamster, that is not the question”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s