Pleidooi voor geklooi

Ik zat vroeger graag met mijn billen op de rugleuning van de bank die voor het grote raam in de woonkamer stond. Met mijn voeten op de vensterbank keek ik naar buiten. Ik zat niks te doen. Mijn moeder had er een handje van om te roepen: ga eens iets dóen. Ik snapte waarschijnlijk niet goed wat ze daarmee bedoelde. Ik deed toch iets? Ik keek naar buiten. Ik dacht na. Ik luisterde muziek. Ik deed van alles en ging daar graag nog even mee door.

Mijn vijftienjarige dochter lijkt vergroeid te zijn met haar telefoon. Ze kijkt filmpjes, doet spelletjes, maakt foto’s, deelt alles en communiceert daarover met haar vrienden en totaal onbekenden. Ze zou er een dagtaak aan kunnen hebben.

Ik hoor mijzelf regelmatig tegen haar zeggen: dóe eens even niks!

Ik maak me zorgen over de prikkels waaraan zij voortdurend wordt blootgesteld. Iedere minuut van haar wakkere bestaan is er iets dat iets van haar koppie vergt en iemand die daar iets van kan vinden. Dat baart me zorgen.

Niets doen. Of iets doen dat geen donder uitmaakt is het heerlijkste dat er is. Maar niet alleen vind ik het bijzonder fijn, het is ook broodnodig. In het niets doen, het klooien, lamballen, fröbelen, kom ik niet alleen tot rust: ik laad op, ik denk na, ik leg verbanden, ik herinner en stel me voor. Niets doen is spelen.

Dat onze kleine kínderen spelen, vinden we heel normaal. Zolang de kinderen op de lagere school zitten, stimuleren we het spelen, liefst buiten, liefst met anderen. Ga naar buiten en speel!

Spelen is spelen zolang het vrij is, zonder doelstelling, meetlat of eindbestemming. Door verwondering en ontdekking ervaren wat er allemaal mogelijk is, binnen en buiten jezelf. Alles misschien of even bijzonder weinig, dat kan ook. Klooien dus. Gewoon vrij baan tot om zes uur het eten op tafel staat.

Op het moment dat je een eis aan het spelen gaat stellen, verander je het effect. Dan komen prestige en concurrentie om de hoek kijken en dat beïnvloedt het spel. Dat is precies de reden dat ik het spelen dat mijn dochter op haar telefoon doet, geen spelen vind. Het wordt namelijk meteen gedeeld, er kijken anderen mee, er is een norm en een standaard en dat zijn allemaal belemmerende factoren voor het spelen.

Mocht het eindresultaat van het spelen het delen waard zijn, is dat een leuke bijkomstigheid, maar het spel wordt anders wanneer het delen tot doel wordt verheven.

Ik knutsel graag. Het is iets wat ik iedereen zou aanraden. De knutselkist bestaat uit bijzonder weinig dat te koop is in de knutselwinkel. Hij zit vol met steentjes, schelpjes, takjes, botjes, kleurtjes, dingetjes. Allemaal zaken die ik uit de zakken pluk voor de wasmachine aangaat. Als ik de kist op tafel zet, verdwijnt alle pretentie, alle maatstaven, alle angst. We gaan een beetje klooien. We vergeten de tijd. Mijn dochter vergeet haar telefoon. Er is even niets aan het hoofd behalve dat wat er op dat moment is, en al die ruimte om te ontdekken. Ik klooi inmiddels lang genoeg om erop te kunnen vertrouwen dat er uiteindelijk iets uitkomt. Na het klooien schiet me de oplossing voor een plan te binnen, het plot voor een nieuw verhaal, het onderwerp voor een nieuwe blog. Mijn dochter heeft deze ervaring nog niet. Toch is ze prima tot klooien in staat. Ze leert klooien of misschien leer ik haar het niet te verleren, het klooien. Ze vergeet daarbij haar telefoon en dat vind ik voorlopig meer dan voldoende.

One Reply to “Pleidooi voor geklooi”

Laat een reactie achter op Jenny Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s