Door het stof

We gingen naar een concert van Roxanne Hazes in Doornroosje. We waren met velen. Ik hoor mijzelf aan de Liefde vertellen dat we elkaar al dertig jaar kennen en wil er niet over nadenken wat mij dat maakt. Ik dans als een pubermeisje die avond. Wij allemaal. We drinken als onszelf, maar dan nog iets beter. Roxanne rijmt er ongegeneerd op los en de dichters onder ons schamen zich soms een beetje voor ons eigen moeilijke gedoe. Het leven is goddomme eenvoudig fijn.

In de bus naar huis vraag ik me af wat er eigenlijk allemaal in de koelkast staat voor een klein na- borreltje. De vrienden blijven slapen, ze hebben al holletjes opgemaakt op diverse plaatsen in het huis. In de woonkamer kruipen we nog even bij elkaar. Dertig jaar vriendschap. We wonen al jaren niet meer bij elkaar om de hoek maar er ontstaat altijd wel weer een gelegenheid om samen te komen. Het liefst dansen we daarbij.

Ik maak Gin Tonics in de keuken. Die lusten we wel. Er blijkt een tweede fles Gin in de vriezer te liggen. De twee pondjes kaas die ik die dag op de markt haalde, gaan met het grootste gemak in blokjes naar binnen. Langzaam krijgen we weer energie. Ach, het is nog vroeg, we hoeven nog niet naar bed. We draaien de muziek wat harder en schuiven de meubels een beetje aan de kant. Als de bel gaat en de buurman boos op de stoep staat is het precies drie uur.

Ik heb nogal eens een grote bek over sorry zeggen. Ik heb nogal eens stukjes geschreven over hoe belangrijk ik het vind dat je jezelf altijd maar weer recht in de bek kijkt, dat je je lelijke kanten niet ontkent en de ander onder ogen durft te komen.

De buurman stond op de stoep om te zeggen dat de muziek uit moest omdat het drie uur was. Zijn toon stond me niet aan en ik wenste hem en zijn vrouw een vergelijkbaar goed feestje. Dat was bijzonder flauw. Het duurde 48 uur voor ik dat echt durfde in te zien, dat dat bijzonder flauw van me was, kinderachtig ook en dat hij gewoon gelijk had.

Dus belde ik de volgende dag eerst aan bij de buren die níet hadden geklaagd maar ongetwijfeld evengoed hadden wakker gelegen. Gewapend met een fles bubbels. Dat was het makkelijkste. Een dag later belde ik pas aan bij de buurman die wél had geklaagd. Ik was een groot kind geweest toen ik om drie uur riep dat we nog lang niet naar bed hoefden. Nu was ik een klein kind met een blosje schaamte op mijn wangen en een fles in de hand.

De buurman nodigt me zonder te twijfelen uit voor de koffie. Als hij me de laan uit had gestuurd had ik lekker gelijk gekregen met mijn kinderachtige gezeur over zijn gezeur, maar dat doet hij dus niet. Ik word er eventjes nog een beetje kleiner van, maar dan raken we gewoon aan de praat, alsof we twee buren zijn die allebei heus wel snappen dat we het allemaal niet altijd in de hand hebben. En hoe fíjn dát kan zijn. Na een kwartiertje wandel ik stilletjes naar huis. In de keuken bedenk ik me dat de wijn die ik hem zojuist heb gegeven Fat Bastard heet. Ik hoop dat hij snapt dat dát alleen maar op mijzelf kan slaan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s