Mishandeling

Het is vakantie. De dochter en haar vriendin zijn wezen zwemmen. Ze hebben zich ingesmeerd met factor 30. Ze fietsen langs het huis van de vriendin om te vragen of er gelogeerd mag worden. Het mag. Ze fietsen terug naar mij. Ze brengen een tandenborstel mee. Ze nemen het fietspad. Ze laten hun telefoons in hun tas zitten en houden minstens één hand aan het stuur. Veertien jaar. Veiligheid is vaak een totaal onzinnig begrip in hun beleving, maar ze kunnen wel luisteren naar ouders die ze wat hebben proberen bij te brengen. Soms doen ze dat braaf.

Voor hen wordt ook gefietst. Plotseling staat iemand op de rem waardoor er moet worden uitgeweken. In hun schrik roepen de meisjes boze dingen. Dan fietsen ze door. Ze merken vrij snel dat ze achterna worden gezeten. Als ze omkijken fietst een grote jongen tussen hen in. Ze zullen hem later in de signalementsomschrijving ongeveer zeventien schatten. Voor ze weten wat er gebeurt ligt één van hen op de grond. Er gaat een fiets kapot. Een meisje probeert hulp te zoeken. Er zijn mensen in de buurt, grote mensen, maar niemand schiet te hulp terwijl het andere meisje, dat mijn dochter is, aan haar haren van haar fiets wordt gesleurd. Ze krijgt een vuist tegen haar hoofd. Ze ligt op straat. Als ze overeind komt, pakt de jongen haar opnieuw vast. Hij brengt zijn gezicht dicht bij het hare en belooft haar haar te vermoorden. Het is een belofte die hij niet zal houden. Zoveel weet ik zeker.

Als ze de tuin in komen kijken ze bedrukt. Ik sta te koken. Ik maak gehaktballetjes met veel knofloof. Er is brood. Er zijn boontjes. Er liggen maiskolven in het water. We hebben een fles bubbels opengetrokken. Ik maak een grapje over de bedrukte snoetjes die ik door de ramen zie. Ik denk dat ze woorden hebben gehad, die twee, dat kunnen ze goed. Dan zijn ze elkaar priecies drie minuten helemaal zat totdat ze weer verder lachen. Maar ze hebben geen woorden gehad. Ze komen via de achterdeur binnen. Mijn meisje valt in mijn armen. Ze huilt onmiddelijk. Haar lieve vriendin staat naast haar. Tranen zitten vast in ooghoeken. Handen trillen. Het zijn bijna vrouwen, deze meisjes. Soms zijn het al vrouwen. Nu zijn het meisjes. Kleine meisjes. Die zijn mishandeld op straat.

De politieagent geeft herhaaldelijk aan dat we geen aangifte hoeven te doen, dat we vrij zijn in de keuze maar dat er ook melding van gemaakt kan worden omdat er niets met de zaak zal worden gedaan. Ik vraag hem wat we onze kinderen moeten leren. Ik vraag het mijzelf ook af. Wat moet ik onze kinderen leren? Dat ze geen boze dingen mogen roepen als ze schrikken? Dat ze om brand moeten roepen en niet om hulp? Dat ze terug moeten slaan of in elkaar moeten duiken? Dat ze de politie moeten bellen of het zo snel mogelijk moeten vergeten?

Er wordt niets opgeschreven. De meisjes geven een heel duidelijk signalement van de dader. Als de agent voor de derde keer tegen de meisjes zegt dat het een klein incident is, vraag ik hem zijn woorden wat zorgvuldiger te wegen. Ik begrijp best dat het voor de agent een klein incident is. Hij zal alleen vandaag al ergere dingen hebben gezien. Mijn meisjes hoeven echter niet te horen dat dit een klein incident is. Ze zouden het gevoel kunnen krijgen dat ze zich aanstellen. Dat ze niet zo moeten zeuren. Ik wil dat ze wél zeuren. Ik wil dat ze keíhard gaan zeuren. Sterker nog, ik ga er zelf ook een beetje over zeuren. Nee, keíhard ga ik erover zeuren terwíjl we áángifte doen van mishandeling.

3 Replies to “Mishandeling”

Laat een reactie achter op woutervanheiningen Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s