Vraag en antwoord

 

Ik vraag het regelmatig aan mensen met een kleurtje; waar komen je ouders vandaan? Maar het mag niet meer hoor ik net van theatermaker Nazmiye Oral in het programma De nieuwe maan. Wat ik daarmee bedoel, leer ik zojuist, is namelijk dat de ander er niet helemaal bij hoort en dat is kwetsend. Dáárvan was ik me niet bewust.

Zelf ben ik ook een halfbloedje, maar wel een met blond haar en blauwe ogen dus niemand vraagt ooit naar mijn achtergrond. Mijn achternaam kun je prima op zijn Nederlands uitspreken. Vroeger zette mijn broer een tijdlang opzettelijk een streepje op de e zodat het niet meer Nederlands leek. Dan moesten de mensen wel vragen; waar komt je vader vandaan? Hèhè, konden we het eindelijk vertellen.

Natuurlijk begrijp ik het verschil. Daarover wil ik het niet eens hebben.

Nazmiye houdt een pleidooi over erbij willen horen en continu de bevestiging krijgen dat dat nooit helemaal zal lukken. Ze komt uit Hengelo en heeft er genoeg van dat ze steeds moet uitleggen waar haar ouders vandaan komen, alleen om het simpele feit dat haar uiterlijk haar Turkse komaf verraadt. Ik twijfel er niet aan dat ze uit Hengelo komt. Ook niet aan het feit dat ze Nederlandse is, en dat ze erbij wil horen. Waarbij? Vraag ik mij wel af.

Als ik met haar in gesprek zou zijn geweest, zou ik het ook kunnen hebben gevraagd; waar komen je ouders vandaan? Echter niet om haar het gevoel te geven dat ze er niet bij hoort, niet om haar uit te sluiten, niet om een afstand te scheppen, niet om haar duidelijk te maken dat ze anders is dan ik. Mijn uítgangspunt is dat een ieder anders is dan ik en dus probeer ik de ander te begrijpen door vragen te stellen. Je achtergrond is een bepalende factor in wie we zijn, dus ben ik daar benieuwd naar. Het níet stellen van die vraag zou alleen maar kunnen als het me geen zak zou interesseren wie ik tegenover me heb of als ik bang zou zijn dat ik het verkeerd doe. Dat laatste wordt gevoed door dit soort uitgesprokenheid.

Wat Nazmiye niet in de gaten lijkt te hebben namelijk is dat de vragensteller in dit geval niet diegene is met een oordeel, maar zijzelf. Zoals ze het verhaal vertelt, lijkt het alsof haar een open vraag wordt gesteld. De intentie van die vraag, het achterliggende gevoel en de hele context wordt echter moeiteloos door Nazmiye ingevuld, zónder een wedervraag te stellen. En dát is pijnlijk. De wedervraag had namelijk ook kunnen zijn; waarom vraag je dat, waarom wil je dat weten, wat doet het ertoe? Dan had de vragensteller weer de gelegenheid gekregen daarop te antwoorden, wat geleid had tot een gesprek, wat geleid had tot begrip, wat geleid had tot nabijheid. En was dat niet juist het doel?

Ik begrijp Nazmiye haar pleidooi wel. Ik begrijp het pijnlijke, maar ik denk ook dat in de pijn het gevaar ligt van de invulling: omdat je de ervaring hebt buiten gesloten te worden, bevestigt iedere ervaring dit gevoel. Het is, voor iederéén, verdomde moeilijk de ander – iedere keer opnieuw – met open vizier tegemoet te treden.

De enige manier is volgens mij in gesprek te blijven. Niet te denken te weten hoe de ander iets bedoelt en het gesprek te sluiten, maar een wedervraag te stellen. Laten we eens ophouden ons te wapenen. Laten we eens snappen dat we er geen van allen bij horen omdat er niet zoiets bestaat als één. En laten we eens snappen dat we daarin, in die eenzaamheid, dus samen zijn.

 

 

2 Replies to “Vraag en antwoord”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s