Bloed

Mijn dochter, de vegetariër, is op vakantie. Mijn zoon eet al maanden niet meer thuis. Koken schiet er vaak bij in, helemaal tijdens de zomermaanden, waarin ik kan leven op salades. Salade met linzen, met pasta, met couscous. Bij dertig graden mis ik de warme maaltijd niet. Vandaag is anders. Ik ben ongesteld.

Ik sta twee biefstukken voor mezelf te bakken als vriendin J. belt om te vragen of ik mee op stap ga. Ik zeg ja en hang op. Ik laat het gesprek nog net lang genoeg duren om haar een plek en een tijd te horen noemen en mijn vlees niet te laten garen. Ik wil bloed zien. De onnodige bijgerechten laat ik achterwege. Op mijn bord twee biefstukken die ik aan stukken scheur terwijl ik met mijn benen op de tafel naar een aflevering van Dag kijk op Netflix. Ik drink er bier bij uit het flesje. Als het allemaal is gedaan laat ik een boer, een scheet en zet het bord op de grond voor de hond, die de boel dankbaar begint schoon te likken. Het leven is goed, behalve dan die godverdomde buikpijn ja.

Ik kan me nog goed herinneren hoe de verloskundige die me hielp bij mijn eerste zwangerschap, me voorbereidde op de bevalling. Ik was drieëntwintig en maakte me zorgen over dat baren, dat brullen, dat werpen. Niet in de laatste plaats over wat dat zou doen met de vader van de kleine man. De verloskundige legde bemoedigend een arm om me heen en zei: luister, er komt een moment dat je op handen en knieën in de keuken zit, je buik raakt bijna de grond. Het is warm en het zweet gutst uit je lijf. Je kont is naar de deuropening gedraaid maar het zal je geen godverdomse moer interesseren wie daardoor naar binnen komt: je vriendje, de koningin of ik, want dat kind moet eruit, dát ben jij aan het doen. Ik geloofde haar niet zo direct maar ervoer het een maand later exact zo. Het oergevoel is het gevoel waar ik in thuis kom. Het zegt; dit is míjn lijf. Dit ben ík en ik neem exáct wat ik ervoor nodig heb.

Ongesteld zijn roept het altijd weer even op en dat is prettig, want het is toch al ellendig genoeg:  Ik kan niet te veel gedoe verdragen. Ik beheers mijn aangepast-mens-zijn ineens onvoldoende om te kunnen wachten op antwoord, om de ander aan te kijken en om te spreken met twee woorden. Ik wil bier, vlees, seks en met rust gelaten worden. Van ongesteld zijn word ik een boerenpummel en dat is ontzettend bevrijdend.

Voor ik de stad in fiets voor meer bier en dansen met mijn vrouwen, spoel ik mijzelf schoon onder de koude douche. Mijn buik heeft haar normale vorm weer gevonden. De dagen voor het grote bloeden begint, zwel ik altijd een beetje op. Het is fijn als ik weer slink. Mijn onbewoonde kraamkamer ontdoet zich weer van alle voorzorgsmaatregels. Mijn lijf blijft maar bedacht op een nieuwe bewoner, maar ik ben voldoende bewoond geweest. Ik blijf even kijken naar het bloed dat tussen mijn benen het putje instroomt en wacht tot het stopt. Dan spoel ik twee paracetamols weg met een groot glas water, trek een jurkje aan en ga. Ik ga de dansvloer opeisen. Morgen doe ik heus wel weer normaal.

 

2 Replies to “Bloed”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s