Hoor en wederhoor (art. 19 Wetboek van Burgerlijke Rechtsverordening)

Op de app doe ik een pijnlijke constatering. Mijn minnaar blokkeert me onmiddellijk. Na een liefdesverklaring van mijn kant op Wordfeud, belt hij op om te zeggen dat we klaar zijn. Hij wil het er niet over hebben. Er rest mij niets dan zijn conclusie aan te horen en af te sluiten. Na dat gesprek, van één minuut vierentwintig, zit ik doelloos op de bank en realiseer me dat we sinds we elkaar kennen, al bezig zijn van elkaar weg te rennen. Als het niet zo verdrietig zou zijn, was het grappig.

Vandaag was de rechtszitting waarin de kantonrechter besloot mijn broertje uit bewind te halen. Ik zat daar als bewindvoerder. Mijn broertje keek mij niet aan. Hij had mij, en zijn hele familie al lang duidelijk gemaakt dat hij ons niet nodig had. Ondanks zijn verslaving. Ondanks zijn hersenletsel. Ondanks het feit dat we er voortdurend voor hem proberen te zijn. Voor de rechter zijn uitspraak deed, kregen we beiden de kans ons verhaal te doen. We waren het eens, bevestigden elkaars verhaal. De zitting duurde zeven minuten en drieënvijftig seconden. Er werd naar hém geluisterd. Er werd naar míj geluisterd. Er werd een conclusie getrokken. Zo hoort dat.

De boosheid die ik voelde toen we achter elkaar het gebouw uitliepen had niets met de uitspraak te maken. Op dat moment wilde ik dat ik iemand was, die klappen uit kon delen. Ik overwoog die persoon te worden, en ook of dit het juiste moment was daarvoor. Dan zou ik graag, hier op de stoep van het rechtsgebouw, mijn broertje een serieuze muilpeer verkopen. Het zou een terechte klap zijn. Hij heeft zich de afgelopen weken als een idioot gedragen. Maar ik bén die persoon niet. Ik ben iemand die door haar knietjes zakt en huilend haar andere broer belt. Ik weet allang dat boosheid doorgaans de vervanger is van verdriet en frustratie.

Mijn kleine broertje heeft mij uit zijn leven gedeletet, zonder een gesprek aan te gaan, zonder mij te horen, zonder te zien dat wat ik had gedaan in zíjn belang was. Het was een eenzijdige beslissing. Ik realiseerde me dat ik binnen vierentwintig uur door twee mannen uit hun leven was verwijderd. Wat zegt dit over mij?

Het zegt dat ik niet erg goed ben in meebewegen, in naar de mond praten of mijn mond houden. Het zegt dat ik niet alleen maar goed ben voor funtimes. Het zegt dat, wanneer er iets gaande is, bij iemand van wie ik houd, ik hem dat zeg. Mijn ongezouten constateringen uitspreek. Ik heb misschien niet altijd gelijk, sterker nog; de kans is groot dat ik vaak ongelijk heb, maar ik zeg het om het gesprek te ópenen. Het is aan de ander om in die opening te stappen. Of niet.

Of niet dus.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s