Niet aangeboren hersenletsel

Sinds vandaag hebben we een crisis-app-groep. Het is de eerste keer sinds lang dat mijn vader, mijn moeder, mijn oudste broer en ik bij elkaar zijn, al is het digitaal. De vorige keer was twaalf jaar geleden, nadat we midden in de nacht waren wakker gebeld, elkaar hadden ontmoet in het ziekenhuis. Sindsdien weten we allemaal het verschil tussen een coma en een comateuze toestand. We weten hoeveel vocht er vrij kan komen bij een hersenkneuzing en dat dat ergens naartoe moet, ook wat er gebeurt als het geen kant uit kan. We weten van herstel, van wetgeving, van revalidatie en kennen de betekenis van de afkorting NAH.

Ik maakte de appgroep en gaf als instructie om kort en bondig te zijn, alleen feiten. Ik hoopte dat het ons allen zou verlossen van het voortdurend over en weer bellen om ervoor te zorgen dat iedereen op de hoogte is van het wel en wee van ons geliefde zwarte schaapje.

Het zwarte schaap is lief. Ik houd van hem. Ik zit vol met herinneringen aan hem. Herinneringen die terug gaan naar een tijd waarin niemand ooit had bedacht dat hij ooit het zwarte schaapje zou worden. Er is altijd íemand die het wordt. Hij werd het.

Ik was een meisje van zeven toen hij in mijn leven kwam. Een leeftijd waarop mijn vriendinnen met hun poppen speelden. Ik vond de poppen weinig aan; ze bewogen niet, ze krijsten niet, en je kon ze niet eens de borst geven. Zelf kreeg ik dus gewoon een broertje. Eentje die lekker rook, en keihard kon janken. Er zijn films bewaard gebleven waarop ik boven zijn wiegje hang als zevenjarig meisje, lijkbleek want ik kon nauwelijks overeind blijven van de bloedarmoede in die tijd- iets waar ik dankbaar voor was omdat ik zwakjes de halve kraamtijd van mijn zogende moeder en de kleine gup in bed mocht blijven, naast hen. Als ik mijn ogen sluit, lig ik daar zo weer, een blauwe nachtjapon dragend met een maantje en een sterretje bovenop mijn borst.

Het zwarte schaapje is boos. Nog steeds houd ik van hem, al moet ik er soms naar zoeken soms twijfel ik, dan weet ik het ineens niet meer zeker. Houd ik nog van hem, van déze hem? Van deze bóze hem, die alleen maar wegrent, mij wegduwt, van zich afslaat, de wereld haat? Pas als ik me de twijfel realiseer, slaat de paniek om mijn hart. Dat ik het niet altijd meer zeker weet, maakt me zó verdrietig. Dat kan dan toch alleen maar betekenen dat ik nog wél van hem houd? Of niet?

Nee soms dus niet. Soms sta ik uit. Zet ik mijn telefoon uit. Blokkeer het zwarte schaapje. Meldt in de crisis-app: geen nieuws is goed nieuws. Hij komt wel weer boven water. Later meer. Over en sluiten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s