Ziek

Mijn therapeut zei een keer tegen me dat ik trekken van Borderline vertoon. Meteen daarop hield hij zijn vingertje waarschuwend in de lucht en zei: Ho ho Heidi, trékken, zei ik he, ik zei dus níet dat je Bordeline hèbt. Waar hij op doelde waren mijn snelle ups en downs: even is alles kut, dan zie ik de zon schijnen en hopsakee, ik zie het leven weer zitten.

Jammer genoeg werkt het omgekeerd soms ook zo.

Nu heel Nederland van de griep is genezen, ben ik aan de beurt. Ik lig in bed en staar naar het plafond. Soms lees ik in Rijnevelds debuutroman ‘De avond is ongemak’ en voel mij daarna mogelijkerwijs nog beroerder. Ik had de recensies natuurlijk al gelezen, want daar was geen ontkomen aan, de één nog jubelender dan de andere. Rijneveld trad een aantal jaar geleden het literaire veld binnen, werd stante pede van de Schrijversvakschool gestuurd omdat ze al klaar leek te zijn voor ze was begonnen, smeet een bundel de wereld in met haar vierentwintig jonge jaren en won daarmee alle haalbare literaire prijzen. Onlangs verscheen dus haar debuutroman die zo veel aandacht kreeg, dat ik er een beetje chagrijnig van werd. Ik was níet jaloers, want jaloezie is niet voor mij. Dacht ik dus, totdat ik begon aan de eerste pagina en mijzelf betrapte op de vernietigende gedachte; ik hoop dat het een kutboek is. Jaloers dus, ook dat nog. Juist nu ik helemaal volwassen ben en zen met mezelf en wat al niet meer van dat.

Tussen de hoofpijnen, de koortsaanvallen en de totale misère door verslind ik het boek, want het is dus prachtig, echt verdomde mooi.

Als ik niet lees, slaap of kots dan zit ik in bed met mijn telefoon te klungelen. Woordje leggen op Wordfeud (met mijn moeder), op Facebook ontdekken wie er allemaal succesvoller is dan ik (iedereen). Belangrijke zaken kopen op Marktplaats (schoenen). En zien wie mij appt en wie niet en waarom dan wel niet. Ziek laat ik mij van mijn meest pathetische kant zien. Ik constateer het zelf ook voortdurend en vraag mijzelf dan ook met enige regelmaat daarmee op te houden. Het is een aaneenschakeling van niet meer weten hoe te liggen, naar de wc strompelen, mijn teen stoten aan het verdomde badkamerdrempeltje, thee zetten, in bed kruipen, de doorligwonden ontwijken, mijn telefoon pakken, mezelf vervloeken, een slok thee nemen, mijn bek verbranden, vloeken, naar de badkamer strompelen voor een slokje koud water, over het verdomde badkamerdrempeltje struikelen, vloeken, terug naar bed gaan, mijn telefoon oppakken, mijzelf vervloeken, de telefoon naar het andere eind van de kamer smijten, omdraaien, de doorligwonden vermijden, en in slaap vallen.

Als ik wakker word, begint de ellende gewoon weer opnieuw.

Vanmiddag drong de constatering van mijn therapeut nog eens tot mij door. Ik dacht daarbij ook aan vriend R. met wie ik een fijne winterlange telefoonrelatie heb gehad en die een keer tussen neus en lippen door zei; als ik loop te zeuren, moet jij alleen maar lachen en dan ben je zo uit de put. Daar moest ik over nadenken nadat we hadden opgehangen en hij had gelijk. Het Bordeline-effect dus, hop erin (de put), maar ook hop eruit. Jammer genoeg maakte hij kort daarna een einde aan ons met de legendarische woorden: ik houd niet van gezeur. Ik bedenk me nu pas dat hij daarmee alleen zijn eigen gezeur kan hebben bedoeld. Ik ben zelf persoonlijk ook niet zo dol op gezeur, van een ander kan ik het wel verdragen maar dat van mijzelf komt me al snel de neus uit. Het werd dus wel tijd voor het Bordeline-effect.

Met dat voornemen hees ik mijzelf vanmiddag uit bed. Hondlief sprong een gat in de mand toen ze zag dat we er heus op uit gingen. Ik was vastberaden op zoek te gaan naar iets positiefs, iets lachwekkend, iets waardoor ik hop- uit de put zou komen. De lucht was grijs, daar moest ik het niet van hebben. Ik stalde mijn fiets bij de Waal, en klom over het hek de weilanden in. Hondlief rende er meteen vandoor. Ik probeerde te roepen maar bleef hangen in een hoestbui. Hond weg. Ik liep moedig door, ondanks de blubber waar ik tot mijn knieën in wegzakte. Halverwege begon het te regenen. Ik schuilde onder een boom, waar direct de bliksem in sloeg. Een grote tak viel naast me neer, dat was mazzel – dat moet ik toegeven, maar ik kon er toch niet om lachen. Een beetje aangedaan liep ik terug naar de fiets, die ik met lege achterband aantrof.

Thuis had ik net de pakketbezorger met mijn nieuwe schoenen gemist. Voor ik teleurgesteld mijn bed in kroop stootte ik nog even snoeihard mijn teen aan het badkamerdrempeltje. Ik kon het niet opbrengen de teen te verbinden en kroop bloedend mijn bed in.

Na twee uur werd ik wakker. De koorts was gezakt, de hond lag lief tegen me aan. Ik las verder in dat prachtige boek en liet de tijd verstrijken. Vanuit de hoek van mijn slaapkamer bromde mijn telefoon. De favoriete man in mijn leven appte dat hij thuis kwam eten, er zaten hartjes bij, wat ook kan betekenen dat de stufi al op is maar daar dacht ik nu mooi niet aan. Kort daarop kwam mijn dochter zingend het huis binnen, of ze haar haren even mocht verven, blauw dit keer. Ze zette de muziek aan en trok in één beweging mijn gordijnen open. Een bak zonlicht viel op mijn bed, gratis en voor niks. Mijn hoofdpijn was gezakt en iemand had een kopje thee naast me neergezet. Ik kon wel eens even een nieuw stukkie schrijven. De lucht was geklaard. Hop.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s