Alleen

Ik heb mij verschanst in een huisje in het bos om aan een nieuw verhaal te werken. Ik doe dit een aantal keer per jaar en weet inmiddels dat ik de eerste vierentwintig uur vooral met mijzelf en de eenzaamheid die in mij huist, in gevecht moet. Die strijd heb ik inmiddels volbracht. De weergoden zijn mij goedgezind. Bij somber weer wil die eerste gevechtsfase zich nog wel eens uitbreiden naar achtenveertig uur en dat is niet alleen pijnlijk maar ook jammer aangezien mijn schrijftijd kostbaar en zeldzaam is.

Voorafgaand aan mijn intrek in de boshut bezocht ik een oude liefde, eentje die ik verwoed had gepoogd in comateuze toestand te krijgen maar die zich niet liet omleggen. Toen ik binnen kwam stonden de kok en zijn maat driftig de keuken te dweilen, wat grappig was omdat het water aan het andere eind van de keuken uit twee leidingen tegelijkertijd spoot. Er moest een mannetje worden gebeld die kwam, een toverspreuk uitsprak over de leidingen en haar missende dopjes, en toen werd het droog. We aten, dronken en rookten ons met dikke sigaren prettig door de avond heen, lieten elkaar nieuw werk uit eigen koker horen, zien en proeven en de oude liefde en ikzelf schoven met het grootste gemak weer wat dichter naar elkaar. ’s Nachts reed ik naar huis in de wetenschap dat ik mijn gevechtsfase dan wel met een avond kon hebben uitgesteld maar dat die zich nu evengoed zou aandienen, waar mogelijk een stukje steviger nog na het weerzien van de liefde.

In het leven van alledag heb ik het druk genoeg om mij vooral bezig te houden met het leven zelf en alles wat daarbij komt kijken. Werk, kinderen, de klok die tikt, mijn agenda die me voorschrijft waar ik wanneer moet zijn en mijn lijf die aangeeft wanneer het genoeg is. Mijn dagen rijgen zich aan elkaar gevuld met succeservaringen, dieptepunten, sleur, extase, eten en slapen. Tussendoor sleep ik mijn hond langs de oevers van de Waal om geestelijk te kunnen bijbenen wat er zich werkelijk allemaal heeft afgespeeld. Niet zelden samen met een dierbare vriend of vriendin zet ik een flinke boom op langs die kale oevers om alles nog zo’n beetje te kunnen blijven begrijpen. Zo kom ik mijn tijd door.

Wanneer ik mij terugtrek in een boshut is er ineens niets meer. Geen klok, geen verplichtingen, geen werk, geen dierbaren. Ikzelf ben alom aanwezig in het alleen zijn. Alle zaken die ik in mijn dagelijkse leven wel heb áángestipt, die ik wel heb uítgepluisd en begrépen, waar ik beslissingen op heb gebaseerd en waarmee ik koers heb bepaald, lijken pas dán in te zinken tot in alle puntjes van mijn ledematen. Hoewel ik mijzelf in mijn leven intens rijk bedeeld vind met de mensen die ik heb, hier in de boshut weet ik mij alleen. En dat is niet erg, maar ook niet altijd fijn. Want in alles wat ik doe, ben ik daar zelf bij. Ikzelf en alles wat ik in mij draag; het grote verlangen naar eerlijk en liefdevol contact met de ander, de angst die dat dan weer in de weg staat. En alleen hier in de boshut, ontkom ik er niet meer aan en kan ik slechts aankijken die spoken, recht in de bek, en proberen op te ruimen.

En ja, je zou er zat van kunnen worden want soms lijkt het dweilen met de kraan open. Alles wat we bij ons dragen; wat we onszelf hebben aangedaan of hebben laten aandoen. Mijn littekens maken met grote regelmaat dat ik mij gedraag als een angstige idioot en niet als de in-balans-zijnde-vrouw die ik óók ben. Maar dan ineens komt er een mannetje, in de vorm van inzicht, groei, berusting, liefde en acceptatie, die een toverspreuk uitspreekt over mijn leidingen en al haar missende dopjes, de zon laat schijnen en mij weer zin geeft in een nieuwe dag.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s