Of ik een vibrator heb,

vraagt A. me. We zijn vrouwen van veertig, de één er net boven – de ander er net onder, en zijn een avond op stap. Dat vergt geregel; gesleep met kinderen, overleg met mannen, en oppas en dus komt het niet zo vaak voor. Nu wel, vanavond wel. We gaan dansen.

Voor de muziek dansbaar is, drinken we bier uit flesjes in de lobby. Omdat ik kort tevoren een afspraak had met een man wiens naam ze nog niet kennen, willen de meisjes weten of ik met hem naar bed ga. En als niet, waarom niet en wanneer dan wel. Daarna volgt de titel-vraag, bij wijze van grapje. Vrouwen zijn niet veel anders dan mannen met een biertje op in de kroeg, althans mijn vrouwen niet. Ik beantwoord de vraag en stel hem terug. De kring wordt ineens een stuk stiller. Misschien was het niet de bedoeling dat ik werkelijk antwoord gaf op de vraag. Ik blijk de enige te zijn met een vibrator in mijn nachtkastje.

Het is gemakkelijk te veronderstellen dat dit komt omdat ik de enige vrijgezelle vrouw ben in het gezelschap. Dit zou echter impliceren dat de vibrator een vervanger is van de afwezige bedpartner en dat slaat natuurlijk nergens op. Een bedpartner heeft namelijk, naast een geslacht, ook een lichaam een geest en een ziel. Van het geheel komen warmte, duizend en één onuitgesproken woorden en (met een beetje mazzel) een dosis liefde vrij. Zaken waar mijn vibrator nog steeds niet toe in staat is gebleken. Het veronderstelt nog iets anders, namelijk dat er bij het aanwezig zijn van een bedpartner ook werkelijk sprake is van een seksuele relatie. Dat laatste blijkt ook al niet te kloppen. Ze lachen erom maar de een na de ander geeft toe dat het seksleven, sinds de komst van de kinderen, sinds de berg was alleen nog maar lijkt te groeien, sinds de verbouwing is gestart, sinds de promotie van A, B t/m Z, sinds sinds sinds, eigenlijk op een laag pitje staat, als er überhaupt nog een pitje brandt. Ik blijk, als enige vrijgezelle vrouw in het gezelschap de meeste seks te hebben, met mijzelf weliswaar maar toch; het verbaast me.

Waarom eigenlijk niet, vraag ik. Waarom zou je het bevredigen van je seksuele behoeften to-taal in de handen van een ander leggen? Is dat niet vreemd? Ben je niet, bij alles, in eerste instantie zélf verantwoordelijk voor je welbevinden?

Precies! Omdat dus gedacht wordt dat de vibrator een vervanger is van de bedpartner. Je bedpartner zou wel eens beledigd kunnen zijn als je ineens in de weer gaat met een stuk plastic. Of; omdat je eigenlijk tevreden zou moeten zijn met je bedpartner, aangezien je zo van hem/haar houdt of; omdat het in eigen handen nemen (haha) van het welbevinden van je lijf gewoonweg níet bij je is opgekomen. Dat kan ook.

Een aantal maanden geleden las ik een stuk in de krant over zelfbevrediging. (Ik heb gezocht maar kan het online nergens meer terug vinden, ik meen dat het stond in het Volkskrantmagazine, excuses dus voor het achterwege laten van de bron.) De journalist raadde iedere vrouw een vibrator aan. Niet alleen omdat het nogal van belang is voor je welbevinden om in contact te blijven met je eigen lichaam, omdat het niet nodig is je volledig afhankelijk te maken voor het bevredigen van je seksuele behoeftes van je bedpartner maar vooral omdat het in ieders voordeel is als je je eigen lijf heel goed kent. Zelfbevrediging is nu eenmaal de enige weg daarnaartoe. En hoe wil je in godsmaan goede seks hebben met je partner als je je eigen lijf maar zo half om half kent? Je bedpartner zal je uiteindelijk dankbaar zijn, schreef ze, en dat geloof ik ook.

Wat misschien begon als een grappig bedoelde opmerking werd een interessant gesprek. Uit de andere zaal begon de stampende muziek zich langzaam maar zeker aan ons op te dringen. Er moest gedanst worden. Bij de toiletten viel me op hoe mooi we zijn, wij veertigers. Jonge meiden staan hun make up strak bij te werken voor de spiegel, hun truitjes recht te trekken. Wij zijn de enigen zonder pan cake, merkt F. op, en dat klopt, onze huid begint dan al aardig wat verouderingstrekken te vertonen, we hebben haar in elk geval niet bedekt onder een laag poeder. Dat doet toch goed.

We gaan dansen. De dj’s zijn twee heren die ook hun beste tijd al hebben gehad. Ze draaien de plaatjes wel maar wisselen iedere keer vlak voor het hoogtepunt van beat, waardoor de hele opbouw weer van voren af aan kan beginnen. Na twee uurtjes gaan we naar huis, schaterend, in onze broek pissend van het lachen. In de parkeergarage maken we nog even een dansje bij de fietsen. Sommige dingen kun je nu eenmaal beter (ook) even zelf doen, zo nu en dan.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s