Wie is de baas?

Ik heb een hond. Ik ben haar baas. Daarover bestaat geen enkele twijfel. Als ik zit zeg, gaat zij zitten. Zij wacht, haar blik op mij gericht, op haar eten en hapt pas toe als ik het commando geef: een knip met mijn vingers.

Als iemand anders dat probeert komt ze niet in beweging. Ik ben haar baas, haar énige baas.

Ik heb ook kinderen, twee stuks. Vroeger was het eenvoudig te geloven dat ik ook van hen de baas was. Ze lieten zich gewillig luiers en kleertjes aantrekken, die ik voor ze had uitgekozen, aten wat ik ze voorschotelde en gingen slapen nadat ik ze had ingestopt. Die periode duurde niet zo heel lang. Al snel ontwikkelden ze een eigen mening en gingen we, als vanzelf herhaaldelijk in overleg waarbij ik toch nog heel lang het beslissende laatste woord had. Inmiddels is de oudste achttien. Hij maakt plannen om op zichzelf te gaan wonen. Hij vraagt me nog wel regelmatig om advies maar van gezag is zeker geen sprake meer. Ik voel me daar prettig bij en hij, zoveel is zeker, ook.

Ik ben opgevoed door lieve maar conservatieve ouders. Ouders die CDA stemden, bij tijd en wijle heel fanatiek naar de kerk gingen (vooral als het niet zo lekker ging) die vonden dat een man de rekening behoorde te betalen en een vrouw er voor de kinderen moest zijn, dat je niet moest gaan studeren als dat niet nodig was, dat je normaal moest doen tegen iedereen en extra normaal tegen iedereen die wat te vertellen had. Dat laatste noemden we dan respect.

Dat respect voor de bazen van de wereld werd me dus met de paplepel ingegoten. Ik had dus respect voor mijn eerste baas, de eigenaar van de friettent op de hoek, en voor al mijn bazen daarna, ook de bazen van het dorp, de wethouders en de burgervader die ik alleen eens per jaar zag, naast Sinterklaas, ook een baas trouwens. Mijn respect was eigenlijk geen respect maar bewondering. Ik had bij voorbaat bewondering voor iedereen die iets te vertellen had.

Hoe ouder ik werd hoe vaker ik de bazen van het land stom begon te vinden. Ik was niet alleen niet meer voortdurend onder de indruk, ik was het zelfs regelmatig niet eens met wat ik hoorde op het journaal of las in de krant en tenslotte kwam het tot het punt dat ik de bazen van het land ronduit stompzinnig vond. Het duurde even voor ik in de gaten kreeg dat niet zij stompzinnig waren, maar ik zelf een stukje slimmer dan ik had gedacht. Ik bleek gewoon in staat mee te doen in de grote mensen wereld. Wat een geruststelling.

Baas is eigenlijk een stom woord. Ik denk dat we binnen nu en vijf jaar een #geenbaasmeer actie kunnen verwachten van mensen die vinden dat dat woord niet meer kan. Want kun je van iemand de báás zijn? Van een domein, een gemeente, een land, een wereld? En wie bepaald dat dan, wie is dan de baas van de baas en diens baas en diens baas en wat als de laatste baas ontslag neemt? Of is het eigenlijk ook wel fijn, als we het zelf niet meer weten, dat er een baas is? Als er moeilijke beslissingen genomen moeten worden bijvoorbeeld, dat we met z’n allen kunnen zeggen, ja dat weet ik niet hoor, vraag dat maar aan de baas, die gaat erover. Tja, ook weer waar.

Ik heb een hond. Ik ben haar baas. Daarover bestaat geen enkele twijfel. Als ik zit zeg, gaat zij zitten. Zij wacht, haar blik op mij gericht, op haar eten en hapt pas toe als ik het commando geef: een knip met mijn vingers. Dat komt omdat de hond zonder mij de zak brokken niet open krijgt. Zij is niet zo stóm dat ze een baas nodig heeft, maar slim genoeg om te weten dat ze het beste maar kan luisteren omdat ze anders niet te vreten heeft. Ik noem me overigens nooit haar baas. Ik noem de hond bij haar naam, Lucy, snap dat ze mij evenveel geeft, zo niet meer, als ik haar. We vertrouwen elkaar en gaan samen door het leven en doen daarbij allebei waarin we goed zijn. Ik scheur de zak brokken open en zij kruipt bij mij op de bank. Ik vlij me tegen haar aan en zij legt haar kop op mijn schoot.

Er zijn bazen in de wereld die baas zijn omdat zij het nodig hebben de baas te zijn, harder dan dat de ander het nodig heeft een baas te hebben, of déze baas te hebben. Daar zijn er best veel van momenteel. Ze zijn vergeten wat de bedoeling is van het baas zijn, namelijk het grotere belang dienen. Deze bazen beangstigen me.

Er zijn ook bazen in de wereld die baas zijn omdat de wereld ze nodig heeft en zij het aandurven die wereld (of een klein stukje daarvan) te vertegenwoordigen. Dat zijn doorgaans de goeie.

Ik geloof graag dat die bazen in de meerderheid zijn.

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s