Groot groter kleinst

Precies twee jaar geleden liep ik (op klaarlichte dag en zònder een druppel alcohol in mijn donder) met mijn hoofd frontáál tegen een boom. Het werd de oorzaak van een hersenschudding en het startschot van een burn-out.

Van de hersenschudding leek ik maar moeizaam te herstellen. Dat vond ik vreemd: dat moest ik toch binnen een week of wat onder de knie kunnen krijgen? Maar het tegendeel bleek waar: hoe meer ik dacht dat ik erbovenop zou komen, dat ik mijn eigen blije, energieke, immer-positieve-alles-aan-kunnende-zelf zou worden, des te verder raakte ik van die persoon verwijderd. En zo veranderde ik, in rap tempo, in een klein, bang muisje, dat niet meer sliep en niet meer at en dat bang, bang, bang in een hoekje op de bank zat. Na enkele weken werd mij, en ook de huisarts, duidelijk dat de hersenschudding slechts bijzaak was.

Die boom was toeval. Het feit dat ik ertegenaan liep onoplettendheid. Toch weet ik zeker dat, als het de klap tegen de boom niet was geweest, er iets anders was gebeurd. Iéts was er nodig om mij stil te zetten, om mij te stoppen. Ik stopte een half jaar.

Vanavond was ik eten met Wim. Wim was destijds mijn opdrachtgever. De opdrachtgever die ik moest bellen om te zeggen;   ‘Het gaat niet, Wim.’

‘Wat niet, meisje?’

‘Alles niet. Niets van wat ik gezegd heb dat ik zóu gaan doen, kan ik waarmaken.’

De angst die ik voelde om de mensen rondom mij teleur te stellen was, waar mogelijk, nog groter dan de angst die ik had om mijzelf teleur te stellen.

Het kwam kort ter sprake vanavond tijdens het etentje, waarin we nieuwe plannen smeedden. Dat ik eigenlijk nooit volledig ben hersteld al zijn er dus inmiddels twee jaar verstreken. Ik ben niet meer de oude geworden en realiseer mij inmiddels ook, dat ik dat nooit meer worden zal.

Is dat iets wat ik betreur, vroeg ik me af, toen ik naar huis fietste?

Twee jaar waarin ik eerst totaal bodem moest raken, tot op de graat afgekloven, teruggeworpen op mijn een-meter-vijf-en-zeventig-met niets meer dan dat. Waarin ik eerst opnieuw heb moeten leren rusten, slapen, herstellen, vergeven, stilstaan, nee zeggen, dat-kan-ik-niet-zeggen, dat-wíl-ik-niet-zeggen. Twee jaar waarin ik de balans heb opgemaakt, nieuwe balans heb gevonden, rustmomenten heb leren inlassen, meningen heb laten varen, meer ben gaan yogaën, zonder telefoon ben gaan wandelen, mij niet meer heb laten afleiden, mij wèl weer heb laten afleiden, appjes opnieuw op mijn telefoon heb geïnstalleerd, mijn telefoon weer meenam uit wandelen.

Het voordeel van rock bottom raken is dat je weet waar rock bottom ligt, niet persé dat het je geen tweede keer overkomt. Sterker nog, uit onderzoek is allang gebleken dat wie eenmaal rock bottom raakt, het een tweede keer ook gemakkelijk weet te halen. Ik ben daarop geen uitzondering, maar dat is niet voor nu. Soms zijn het kleine dingen die mij even doen herinneren. Een hoofdpijntje, een snauw, een onderbuik-gevoel. Altijd is er iets dat mij terug leidt naar mij en naar dat wat ik werkelijk wil voor mijzelf. En dat is zo godsgruwelijk eenvoudig dat ik, als ik er eenmaal naar kijk, zelf niet snap waar ik zo moeilijk over doe. Ik wil eigenlijk alleen maar schrijven. Ik wil met mijn geliefden zijn. Ik wil er voor mijn geliefden kúnnen zijn. Ik wil goed doen in mijn kleine wereldje, want ik geloof dat als we dat allen doen, het zo eenvoudig mooi is. Ik wil klein, kleiner, kleinst en daarin alom groot zijn. Niet groter dan een ander, júist níets groter dan een ander. Dat vergeet ik nog wel eens, maar niet voor lang. Nooit meer voor lang.

 

 

2 Replies to “Groot groter kleinst”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s