Bepaald geen Pussy Riot

Soms word ik tijdens het schrijven ineens gestopt door mijn verstand en ontstaat er een innerlijke monoloog die als gevolg heeft dat het schrijfsel slechts half af komt. Ik had het er van de week nog over met vrienden die kwamen eten. We namen in rap tempo alle belevenissen van het afgelopen half jaar door en spoelden die weg maar een aardig flesje wit. Ook deze blog kwam ter sprake. Grof van Koren doet toch een beetje vermoeden dat ik helemaal los ga, ongeremd schrijven over alles wat er op mijn pad komt. Dat is ook wat ik wil, maar soms word ik dus tijdens het schrijven ineens gestopt door mijn verstand.

Zo wilde ik een tijdje geleden een stukje schrijven over mijn ervaring met een grote uitgever. Ik had een verhaal ingezonden en werd naar aanleiding daarvan uitgenodigd om te komen praten. Het was leuk. Je zou kunnen zeggen dat er wederzijdse interesse was. Ik liet een grote stapel werk achter en vertrok huppelend. In het jaar daarop werkte ik het verhaal dat hij had gelezen en waarover hij enthousiast was geweest, uit tot een roman. De redacteur las mee, hield zich nooit aan zijn afspraken maar dan toch uiteindelijk wel en ik nam daar genoegen mee. Ik kreeg louter positieve feedback, hoewel nooit langer dan drie regels. Er was van zijn kant kennelijk geen ruimte om te investeren en ik was me daarvan bewust. Toen het boek af was ontving ik een afwijzing per email. Het boek was, ondanks mijn goede schrijfstijl niet opzienbarend genoeg. Ondanks mijn herhaalde verzoeken mijn werk te retourneren wat ik erg gemakkelijk maakte door een gefrankeerde doos naar de uitgeverij te zenden, kreeg ik mijn werk niet terug.

Ik had graag een stukje willen schrijven over hoe boos het me maakt dat een uitgeverij met zo min mogelijk tijdsinvestering probeert een nieuwe schrijver binnen te hengelen. Vooral gebaseerd op het feit dat de potentiele schrijver al lang blij is als ie door een uitgeverij serieus wordt genomen. Dus kan hij zich ook permitteren niet op e-mails te reageren, afspraken te laten verlopen, feedback te geven in een enkele regel en vervolgens je werk af te wijzen (een nieuw boek is welkom, veel succes!) Het mag natuurlijk, maar het is niet netjes. Het overschrijdt de grenzen van respectvol met elkaar omgaan. Althans dat vind ik. Maar goed, toen ik er een stukje over ging schrijven, stagneerde ik dus halverwege. Ik vroeg me af welke boodschap ik zou sturen naar een mogelijke nieuwe uitgever. Zou iedere uitgever nu denken; laten we vooral nooit met Heidi Koren gaan samenwerken want die is zo fucking veeleisend? Ja en hoewel ik dat eigenlijk een compliment vind, is het stukje er evengoed niet gekomen. Verdomme voor mij dus. Bepaald geen Pussy Riot mentaliteit Heidi Koren.

Nu overkomt mij vandaag een soortgelijke toestand waar ik niet helemaal uitkom. Gisteravond was ik op de bekendmaking van de nieuwe stadstekenaar van Nijmegen. Elske Berndes won. Ik houd van Elske en van haar werk en was dus blij voor haar. Een fijne opdracht lijkt me, maar tijdrovend en doorgaans zitten er maar weinig levende kunstenaars iedere avond aan de bubbeltjeswijn van al die royalty’s. Dus ik vroeg de wethouder van cultuur, naast wie ik toevalligerwijs bleek te staan, of Elske hier nou es even lekker voor zou worden betaald. Toen de wethouder antwoordde dat Elske toch gewoon een baan had, zakte mijn broek af. Thuis besloot ik er een stukje over te schrijven, maar het was laat, mijn vingers waren vergeten waar alle toetsen zaten en dus bleef ik steken in een korte uiting van frustratie op Facebook. Toegegeven; totaal schrijversonwaardig.

Vanmorgen werd ik wakker van een bliepje op mijn telefoon. Het kwam van een van de organisatoren van het fenomeen Stadstekenaar Nijmegen. Ze verzocht me het stukje van Facebook te verwijderen omdat het verkeerde informatie bevatte en omdat het het mooie nieuwe initiatief een negatieve klank gaf. Dat vond ik zelf ook vervelend en fijn vond ik het te horen dat de nieuwe stadstekenaar wel degelijk betaald werd voor haar werk. Maar moest ik mijn stukje van Facebook halen of moest de wethouder eigenlijk verzocht worden om zich iets beter te verdiepen in zijn materie, juiste informatie te verspreiden en leren dat de baan van de kunstenaar dus nu juist het maken van kunst is? Dat laatste dus vind ik. Ik zou daar een stukje over willen schrijven. Over wat ik ervan vind dat een wethouder cultuur in zijn portefeuille heeft maar de mening heeft dat de kunstenaar een baan moet hebben en zijn kunst maar in zijn eigen tijd moet maken. Maar ja, ik stagneer. Wat als de gemeente Nijmegen straks denkt; die Heidi Koren die moeten we maar nooit meer een opdracht geven want die doet zo moeilijk? En dus doe ik het maar niet. Verdomme voor mij dus. Bepaald geen Pussy Riot mentaliteit Heidi Koren.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s