Dag acht – De laatste dagen

Gisteravond waren we in de schouwburg van St. Niklaas. Ik herinner me het stadje met de gouden Sinterklaas bovenop de kerk, als het stadje waar we vroeger mayonaise en chocolade gingen kopen. Vele herinneringen heb ik aan mijn familie in Zeeland; oom, tante en vier neven. Omdat de afstand Twente- Zeeland zo groot was, gingen we weekenden logeren in hun grote, vrijstaande huis met enorme tuin. Eindeloos spelen in die tuin, de kippen voeren en risken met zijn allen op de grote zolder. Pianospelen zonder dat ik dat kon en alle commentaar daarop negeren. Van de zware eikenhouten trapleuning glijden en het gekrijs van moeder in de gang aan je laars lappen. Ik leerde er mosselen eten; elf handen die graaiden naar de schelpen in de grote zwarte pan in het midden op de tafel. De verrukking van dat samenzijn kan ik zonder moeite weer oproepen bij de gedachte. Op zaterdagmorgen mocht ik met moeder en tante mee boodschappen doen in België, waar alles goedkoper was en zonder e-nummers.

Met geen van deze mensen heb ik nog contact. Oma werd gedurende mijn jeugd het middelpunt van diverse familievetes, of misschien moet ik zeggen dat zij zichzelf het middelpunt máákte van diverse familievetes. Waarmee ze uiteindelijk heeft bereikt dat mijn moeder en ik de enigen waren die aan haar sterfbed zaten. Daar zijn gedichten uit ontstaan, of misschien zelfs de hele bundel, omdat de confrontatie met de dood, die vriendelijk aan de andere kant van de kamerdeur heeft staan wachten tot zij er klaar voor was hem te ontvangen, mijn kijk op het leven voorgoed veranderde.

Aan het einde van ons programma in de schouwburg gisteravond, kregen wij een danige berisping van de deken die namens de gemeente in het publiek zat. We waren té experimenteel, té ruw, té luid geweest. Het kan natuurlijk nooit de bedoeling van een optredend artiest zijn, om zijn publiek van zich af te duwen. Integendeel, optreden gaat over verbinden. Het is voor mij het fijnste moment als ik op het podium merk, dat ik de aandacht van mijn publiek heb gevangen en een geda(i)chte kan overbrengen.

Ik wil iets toevoegen, dat geldt ongetwijfeld voor een ieder van ons. Het commentaar van de deken nemen wij ter harte maar niet zonder ons te realiseren dat dit minstens evenveel zegt over haar en over haar verwachtingen als over onszelf.

Vanmiddag gaan we naar een zorgcentrum waar we de bewoners in hun laatste dagen, liefdevol onze poëzie zullen voeren. Misschien nog iets meegeven, waarschijnlijk veel ontvangen, in ieder geval verbínden. Maar nooit vergeten dat zij ooit ons waren en dat wij alleen maar kunnen hopen dat wij ooit hen zullen zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s