Doodgaan is niet altijd even leuk

Er zat een jonge merel in de tuin vanmorgen. Ik kon nog net op tijd mijn honden, die graag voetballen met alles wat weerloos is, binnen houden.

Hij zat tegen een muurtje aan en had zichzelf, de grond en het muurtje onder gescheten, wat ik knap vond en ook zielig. Er waren kennelijk al wat bange minuten verstreken voor ik de achterdeur had opengegooid. Ik moest meteen denken aan mijn vorige jonge- merel-in-de-tuin-ervaring, een jaar of drie geleden. Toen had ik, in een tamelijk ondoordacht moment vol moedergevoelens, direct een doosje paraat waar ik hem meelevend in tilde. Na twee minuten stond ik ook nog met een enorme spa regenwormen uit de kleigrond te scheppen. Het jong beliefde geen regenwormen en ook voor Brinta haalde hij zijn neus op. Zelfs als ik het er met een eigengemaakt trechtertje probeerde in te gieten. Inwendig groeide de paniek, bij mij welteverstaan. Ik bleef op om hem nogal opzichtig met rust te laten, toe te dekken, zachte woordjes toe te fluisteren, water te voeren. Niks hielp. De volgende ochtend belde ik de dierenambulance. De vriendelijke medewerkster slaakte een diepe zucht nadat ze mijn verhaal had aangehoord. Ik had hem niet moeten oppakken, jonge merels worden nu eenmaal uit het nest gedonderd als pa en ma er genoeg van hebben. Hij moest het zelf doen. Of me niet was opgevallen dat pa en ma nog in de buurt waren? Ik keek over mijn koffiekop heen naar buiten waar op de linker schutting een bruine merel, en op de rechter een zwarte zat. Schaamte. Ik besloot hem terug te zetten op het schuurdak, een veilige plek tegen poezen, zo leek me. Minder veilig tegen vallen echter. Na een uur lag het jong, gewond nu, op de grond te krijsen. Pa en ma keken me verwijtend aan. Nog meer schaamte. De rest durf ik hier niet te vertellen. Maar het ging er bloedig en piepend aan toe en eindigde met een kruisje in de tuin en ik die stiekem en zenuwachtig een sigaret rookte.

Daar dacht ik dus aan toen ik vanmorgen het jong zag zitten. Ik haalde het dus niet in mijn hoofd het beest op te pakken maar wenste pa-merel op de schutting veel succes en fietste naar mijn werk. (Ja. Zoon geappt: houd de honden binnen!) Toen ik thuiskwam lag het jong in de GFT-bak. Niemand hoefde te huilen.

Ik vraag me af waar het mis is gegaan. Hebben de ouders hun kind te vroeg uit het nest gelazerd? Was het kind gewoon de zwakke schakel van het gezin die niet op eigen benen bleek te kunnen staan, niet nu en niet ooit? Of, en ik pleit voor deze optie, was het gewoon een kwestie van vette pech, namelijk verkeerd terecht gekomen omdat er juist op het moment van springen (de landing bedóeld op het zachte gras) een aardig zuiderwindje aansterkte die net onder de vleugels greep waardoor de linker brak en het arme jong met zijn volle gewicht op zijn rechter terecht kwam en daarmee gedoemd was een langzame en toch wel behoorlijk vernederde dood tegemoet te treden. En is het dan in zo’n geval beter om te worden opgeraapt door een idioot die alles uit de kast trekt om je te redden, inclusief kusjes op je snaveltje óf kun je beter met rust gelaten worden en sterven terwijl je je pa en ma vanaf de schutting ziet toekijken? Precies ja, dat bedoel ik. Ik kan weer slapen vannacht. Welterusten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s