Wie we zijn als niemand kijkt

Voor zolang ik mij herinner, bekijk ik de wereld op twee verschillende manieren. Ten eerste kijk ik (uiteraard) vanuit mijzelf naar de wereld. Op die manier neem ik waar wat ik tegenkom en wat ikzelf veroorzaak/ teweegbreng. Ten tweede kijk ik vanuit mijzelf náár mijzelf. Ik probeer mijzelf te zien zoals de ander mij ziet. Op die manier constateer ik de multi-interpretabele zelf die ik ben.

Authenticiteit: echtheid, oorspronkelijkheid (Kramers)

Authenticiteit: de benoeming van iets dat oorspronkelijk en echt is. Als iets authentiek is, dan is het geloofwaardig. (Ensie)

Authentiek: gelijk aan het origineel, echt en daardoor betrouwbaar (Van Dale)

Ik ben ook jij (een kleine anekdote)

Ik woon in de buurt van de Waal met haar prachtige Uiterwaarden. Ik fiets graag over de dijk. De weg is niet heel breed en als ik met mijn hond naast mij fiets, neem ik een derde van de weg in beslag. Op een dag fiets ik daar en word nauw ingehaald door een auto. Auto’s mógen op de dijk rijden. Deze auto reed waarschijnlijk niet sneller dan de maximaal toegestane snelheid: 50 km/h. De harde muziek uit de auto overstemt het vogelgekwetter, het getrippel van de pootjes van de hond, het ontspannen rateltje van mijn fiets.

Achter het stuur zit een vrouw met een petje. Ze heeft haar strakke blik op het asfalt gericht. Ik denk niet dat ze geeft om de natuur, niet dat ze ziet hoe mooi het hier is. Waarschijnlijk gooit ze straks ook nog een blikje uit het raam.

En:

Ik heb in de tuin gewerkt en ben de tijd vergeten. Ook ben ik vergeten dat ik een afspraak heb in de stad. Ik ontdek het als ik nog een half uur heb om er te komen. Snel was ik mijn handen, werp een blik in de spiegel en speer naar de auto. Ik neem de route over de dijk om de file op de brug te voorkomen. Het is druk met fietsers, ze fietsen breeduit met twee of drie naast elkaar, ik moet er zigzaggend langs. Het irriteert me, maar met een beetje opletten en gassen lukt het.

In 2018 trok ik voor drie maanden in een boshuisje om mijn roman af te maken. Ik had mijn baan opgezegd en geen verdere verplichtingen buiten de deur, geen buren. Het eerste waar ik mee ophield was in de spiegel kijken. Waar ik ook mee ophield was het aanschouwen van mijzelf vanuit het perspectief van de ander, er wás immers geen ander. Als ik opstond, vaak voor dag en dauw omdat het verrekte koud was, gooide ik twee blokken hout op het smeulende vuurtje, schoot een joggingbroek en een trui aan, stapte in mijn winterlaarzen en liep met mijn hond aan mijn zijde het bos in. Meestal vond ik weinig reden die outfit bij terugkomst om te ruilen en dus liep ik hele dagen rond in de joggingbroek. Ik werd me er pas gewaar van als iemand liet weten langs te komen. Dán vroeg ik me af: kan dit?

In de weken dat ik in de boshut woonde, was ik met name de oervrouw die ik ook ben. Ik heb haar twee maal ten volle uit geleefd en dat was tijdens mijn beide bevallingen. Verder is zij een natuurlijk onderdeel van wie ik ben. De oervrouw die in mij huist, laat regelmatig harde scheten zonder zich te verontschuldigen, vindt het belang van zeep overgewaardeerd, zingt luid en vals, houdt ervan in de weer te zijn met grof gereedschap, hout, vuur en kookt pittige eenpansmaaltijden die eenvoudig in een kom op schoot kunnen worden opgegeten. Kortom: ze heeft bijzonder weinig behoefte aan verfijning.

Interessant was te merken dat wanneer ik een foto maakte van mijzelf om de rest van de wereld te laten zien hoe mijn avontuur in het bos verliep, ik in een handomdraai van de oervrouw een achteloos sexy versie wist te maken. Dat was het moment dat ik mijzelf weer door de ogen van de ander aanschouwde en ik toonde mijzelf feilloos als de vrouw die ik ook ben.

Ik ben niet een van hen beide. Ik ben niet de ene meer dan de ander, maar beiden. De conclusie zou kunnen zijn dat we ons aanpassen in gezelschap van anderen en dus weggaan van onze eigen authenticiteit. Ook zou je kunnen concluderen dat we in ontmoeting met de ander ándere kanten van onszelf laten aanspreken end e ruimte geven. Dat is interessant, en logischer ook; hoe immers zou je iemand kunnen zijn die je niet zelf bent? Ons leven is een lijntje zonder gum, alles doet mee, ook de foutjes, de omhalen, de uitschieters. Het staat erop.

We zijn zo veel dan dat wat we laten zien en van onszelf kennen. Maar de ander dus ook!

Vanaf volgende week woensdag ligt mijn nieuwe bundel in de boekwinkels. Wie dit leest is gek is hier alvast te bestellen. Als je een gesigneerd exemplaar wilt, kun je dat aangeven of een moment reserveren op vrijdag 5 juni of zaterdag 6 juni. Dan zit ik klaar om je kwebbelen en krabbelen bij Boekhandel Dekker van de Vegt.

Les 1. Zorg altijd voor een gestructureerd dagritme

Ok dus het gaat op het moment dus ongeveer als volgt: ik sta op om acht uur nadat de wekker is gegaan. De afgelopen twee nachten sliep ik wonderbaarlijk goed en dat kan niet anders dan komen door het nieuwe kussen dat ik kocht bij de IKEA en dat exact doet wat het mij heeft beloofd, namelijk zorgen dat mijn nek- en schouderklachten als sneeuw voor de zon verdwijnen. Joechei.

Ik roep mijn dochter en trek de gordijnen op haar kamer open. Afhankelijk van mijn humeur kruip ik of nog even bij haar in bed of wandel ik door naar de woonkamer waar ik op de grond ga liggen om Lucy te knuffelen, als zij tenminste niet bij mij in bed heeft geslapen. Daarna zet ik koffie en kijk het journaal. Eerst NOS, dan RTL 4. Dan schenk ik bij en snijd een dikke plak ontbijtkoek af die ik besmeur met roomboter (niet te kinderachtig) en kijk nog naar BBC News en CNN.

Ik trek iets makkelijks aan, kijk niet in de spiegel en lijn Lucy aan om naar de nevengeul te fietsen waar we zonder al te veel omhaal in duiken. Dat verheldert de zaak onmiddellijk. Ik zwem. Kop onder water. Kop boven water. Zwem. Heen en weer. Het water is koud en heerlijk en tijdens het terugzwemmen bedenk ik me wat ik ga doen met de dag die voor me ligt. Langzaamaan begin ik haast te krijgen. Het is al half tien en ik heb nog niets nuttigs gedaan! Ik moet aan het werk! Dus kleed ik me snel aan, fluit naar Lucy die natuurlijk onmiddellijk komt en fiets naar huis. Meer koffie en laptop aan.

Ik beantwoord mailtjes, maak afspraken met mensen van wie ik tijdens het zwemmen heb bedacht dat we samen kunnen gaan werken, schrijf plannen uit, tik een opzet voor een blogje, check www.culturele-vacatures.nl, kijk in mijn agenda, constateer dat er niets urgents te doen is en besluit te gaan lunchen.

Ik moet een nieuwe blogreeks opstarten en die verkopen aan de krant (maar die stond al vol). Ik moet een nieuwe serie lessen gaan schrijven en die aanbieden aan de mensheid (maar ik geef al les bij de Schrijversacademie). Ik kan vast beginnen aan een nieuwe roman (maar dat gaat niet met mijn meisje de hele tijd om me heen). Ik kan de nieuwe bundel vast gaan promoten (maar wie verdient er nou werkelijk geld met een bundel). Ik moet scholen gaan benaderen om nieuwe poëzielessen in te kopen (maar zij hebben nu toch wel wat ander aan hun kop) Ik moet scholen gaan benaderen voor de training Creatief Denken die ik zo tof in elkaar heb gezet (maar zij hebben nu toch wel wat anders aan hun kop). Ik moet contact opnemen met de TOZO-dame om erachter te komen hoelang dát nog doorgaat, of ze niet een opleiding voor me kan betalen zodat ik me kan laten omscholen (bakker? mondkapjesnaaister? tuinkabouter?) Ik kan maar beter gaan wandelen.

We lopen langs de Waal. Het is prachtig weer. Lucy dartelt om mij heen. Links en rechts maak ik wat kiekjes van het water, de lucht, dode- en levende dieren. Ik schrijf er een tekstje bij. Het blijkt een gedicht te zijn. Ik sla het op. Dan trek ik mijn kleren uit en duik er nog maar eens in. Als ik thuis kom, ga ik mijn meisje helpen met school. Haar kamer moet nog opgeruimd worden. We willen de eettafel en het muurtje in de woonkamer eigenlijk al maanden schilderen. We houden van Monopoly, van Scrabble, van films en van elkaar. Ik weet niet hoe het verder gaat maar ook zonder dat te weten gaat het verder.

Maar niet immuun voor liefde – 12.

Niemandsland | Het zeilmeisje, de kapitein, de stuurman en de zieke kok

Een stralende zongebruinde snoet en een bos blonde krullen. De 19-jarige zeilster Marloes lag met de 36 meter lange Twister voor anker aan de kust van de Britse Maagdeneilanden toen Trump de grenzen dichtgooide. Twintig gasten gingen van boord. Het was de bedoeling dat ze op Sint Maarten dertien nieuwe zouden oppikken maar die blazen om beurten de plannen af.

Marloes weet al vanaf haar veertiende dat het leven voor alles in elk geval zeilend geleefd moet worden. Tijdens haar middelbare schooltijd zorgt ze ervoor dat ze iedere vakantie aan boord kan om zo veel mogelijk zeildagen te maken. Zodra ze haar diploma op zak heeft, besluit ze voltijds de zeeën te bevaren. Inmiddels vaart ze al twee jaar de wereld rond. Ze maakt verschillende reizen op verschillende zeilschepen, met verschillende bemanningsleden. Het motto is: zo veel mogelijk dagen op zee. Dat is van belang om haar papieren te halen. Op een dag zal ze zelf aan het roer staan, zoveel is wel duidelijk.

De meeste gasten proberen zo snel als mogelijk hun thuisland te bereiken na het Lockdown nieuws. Ook het personeel vliegt zo snel mogelijk terug naar huis voor het niet meer kan. Matroos Marloes, de stuurman (tevens marinebioloog) en de kapitein zoeken op Sint Maarten naarstig naar nieuw personeel om de oversteek te kunnen maken en scharrelen uiteindelijk nog twee koks bij elkaar. Met de vier enige overgebleven gasten gaat het gezelschap de grote overtocht aan. Het is 21 maart 2020.

Het is een spannende beslissing. Wanneer een van hen besmet is met covid-19, zal het niet lang duren voor het gehele gezelschap onder zeil ligt. Wie blijft er dan nog over om deze te hijsen? Maar de stemming is positief. Het zal wel gaan. Toch?

Maar de kok begint al te kotsen voor ze zijn vertrokken. Te kotsen en te hoesten. Ze trekt lijkbleek weg. Het toilet wordt als quarantaineplek ingericht en de kok moet zich maar even redden terwijl de kapitein zijn bemanning bijeen roept. Van anderhalve meter afstand kan aan boord geen sprake zijn. De kok moet van boord en wel zo snel mogelijk. De rest van het gezelschap voelt zich nog prima. De kok begint te bonzen op de deur van de wc; geen paniek het gaat alweer!, maar als ze even later weer boven haar eigen pan soep staat, leegt ze nog net op tijd haar maag in de gootsteen. De kapitein heeft er genoeg van. Zij eraf en wel nu. Maar Marloes heeft een vermoeden. Ze heeft het wel vaker gezien bij gasten. De misselijkheid. Het witte wegtrekken. Niet alles is in eens keer corona alleen maar omdat de wereld het over niets anders heeft. Onze blonde matroos overtuigt de kapitein ervan haar en de zieke kok nog een keer van boord te laten gaan. Ze heeft een plannetje. Ze laat de kok rustig over land lopen. Ze laat haar goed eten. En? Ze trekt wonderwel bij. Zie je nou! Niks corona, gewoon zeeziek!

Dan kunnen ze écht vertrekken. Ken je die van dat meisje van 19, die twee koks, die kapitein, die stuurman en die vier gasten die de Atlantische Oceaan wilden oversteken in een zeilschip van 36 meter lang zonder contact met de buitenwereld toen nét de coronacrisis was uitgebroken? Nou ze gingen dus. Ze voeren dertig dagen lang non stop. Maakten zo nu en dan contact met de satelliet, maar alleen om de weersvoorspellingen te kunnen horen en fantaseerden over wat ze zouden aantreffen als ze eenmaal Europa hadden bereikt. Een Apocalyps? Niks aan de hand? Of iets ertussenin?

Marloes zette een programma op voor iedereen die zich wil heroriënteren, nieuwe input nodig heeft of wil ervaren hoe het is de wereldzeeën te bevaren. Lees hierover op https://twistersailing.com/

Wat we gemeen hebben, is het verschil

We leven in een maatschappij. Allemaal verschillende mensen bij elkaar. We verschillen in achtergrond, opvattingen, vermogen, kansen, leefomgeving, gezondheid en ga zo maar door. Er zijn er van ons geen twee hetzelfde te ontdekken.

We accepteren die verschillen, althans voor zover dat geen gedoe oplevert. Zodra het wel gedoe oplevert, gaan we rellen over wie er gelijk heeft. We gaan ons best doen de ander te overtuigen ván ons gelijk. We gaan de meerderheid erbij halen om ons gelijk te bevestigen. Maar wat als het eigenlijk gewoon niet bestaat dat gelijk?

We leven in een bizarre tijd en hebben te maken met geheel nieuwe situaties. Situaties die we proberen te handhaven om de leefbaarheid voor een zo groot mogelijke groep te behouden. We zorgen voor elkaar, tenminste dat lijkt de algehele trend te zijn. We willen dat ook graag kenbaar maken, dat we zorgen voor elkaar door binnen te blijven, afstand te houden, te klappen voor het zorgpersoneel. Mooi.

De meerderheid lijkt het ermee eens te zijn dat dat is hoe het werkt in een maatschappij: we zorgen voor elkaar, we leven de regels na. Ik hoor bij die meerderheid. Keurig he?

Het is logisch dat het niet meewerken aan het behoud van de samenleving consequenties met zich meebrengt. Waarschuwingen, bekeuringen, straf. Anders komt de veiligheid voor de meerderheid van de bevolking immers in het gedrag. Hoe die regels eruit zien, laten we bepalen door de regering, die we zelf kiezen. We noemen dat een democratie. Ik ben dolblij met die democratie. Het maakt dat ik mij gehoord voel. Dat ik voel dat ik ergens bij hoor en toch mijzelf mag zijn. Dat vind ik fijn.

Het lijkt zo eenvoudig: we kiezen samen een club mensen die van ons de leiding mag nemen. We beslissen samen hoe de regels eruit zien en wat er gebeurt als iemand zich er niet aan houdt. We betalen gezamenlijk aan de gemeenschappelijke behoeften; aan ons wegennet, het onderwijs, het besturingssysteem, de zorg etc. Iedereen mag daar gebruik van maken. Iédereen. Simpel. Daarmee voorkomen we dat we de rechter gaan uithangen op het moment dat het erom spant, dat we aan het ziekenhuisbed ineens moeten gaan zeggen; nee de oncoloog komt niet naar je longen kijken want je hebt je leven lang gerookt dus zoek het zelf maar uit. Daar doen we niet aan en dat is maar goed ook. Want wie denk je eigenlijk wel dat je bent te beslissen over wat goed is en wat niet?

Wie ben jij om te zeggen dat de roker zijn kans op zorg heeft verspeeld?  En als je dan denkt dat je daarover mag oordelen, hoe denk je dan over de zakenman met de 80 urige-werkweek?  Kan die ook niet terecht bij de hartbewaking? En wat als hij die 80 uur voor Amnesty heeft gewerkt? Ook dan niet? Fijn hè, dat je daarover niet hoeft te oordelen?

Of gaan we het nu tóch doen? Zullen we appjes gaan invoeren aan de hand waarvan we kunnen zien hoeveel mensen erbij elkaar zitten? Op grond daarvan ook nog bekeuren? We zouden daarmee de bewuste keuze maken om dat ongeacht omstandigheden te doen. Op het appje gaat immers niet zichtbaar zijn of er een plastic scherm tussen de apphouder en zijn bezoek zit, of de een de ander aan het trouwen, baren, reanimeren is. Ik overdrijf natuurlijk maar begrijp je het punt?

Geen zorg meer voor de mensen die zich niet aan de maatregelen houden, lees ik vanmorgen op social media. Weet je het zeker als je dat roept? Voel je je sterk genoeg om te oordelen wie er zich wel en wie er zich niet aan de maatregelen houdt? Of ze er voldoende reden voor hebben? Weet je zeker dat je diegene zijn wilt, die uitmaakt wat goed is en wat niet? Ik roep je op er nog eens over na te denken, nog eens en nog eens.

Ik vind ook wel eens iemand een klootzak. Een hufter, een asociale klootviool. Absoluut. Ik denk met enige regelmaat dat iemand het maar lekker zelf moet voelen. Ik heb al herhaaldelijk gedacht dat Trump corona mag krijgen van mij. Maar goddomme, wat ben ik blij dat ik het niet voor het zeggen heb en ik zal faliekant tegen stemmen als we nu gaan zeggen dat als hij het krijgt hij niet verzorgt mag worden! Zorg voor iedereen, ongeacht wat en snel een beetje.

Zolang het eenvoudig is, is het eenvoudig, dat is zo eenvoudig als wat. Maar meestal is het dat niet, en precies daar wordt het link.

Van de klootzak die de ambulancebroeder op zijn bek slaat, zich omdraait en in zijn draai zijn been breekt, zou je kunnen denken; wankel jij maar lekker zelf naar huis. Maar zo evident zullen de meeste gevallen niet zijn. We weten niet wie de klootzak is, wat hem tot klootzak heeft gemaakt, óf hij eigenlijk wel een klootzak is, wanneer iemand eigenlijk een klootzak is en wat de gevolgen zijn.

Het feit dat je denkt dat jij daarover mag oordelen geeft voor mij weer dat je zeker denkt te weten dat je het bij het rechte eind hebt, en precies dáár krijg ik nou de kriebels van. Weet het niet zeker! Twijfel. Denk na. Luister naar een andere mening, zie daar ook weer wat in! Want we weten het geen van allen zeker en dat lijkt me heel menselijk, daarin vinden we elkaar.

We verschillen in achtergrond, opvattingen, vermogen, kansen, leefomgeving van elkaar. Wat we met elkaar gemeen hebben, is het verschil.

Laten we dat respecteren, omarmen, koesteren en nooit, nooit, nooit denken dat de ene toch net iets meer gelijk heeft dan de ander, toch net iets meer recht, toch net iets meer recht om te leven. Nooit.

Maar niet immuun voor liefde – 11.

Australië | Alice helemaal alleen of toch niet.

Nadat ze thuis in Dublin haar wonden heeft gelikt en met hulp van ouders en vrienden herstelt van een brute aanvaring met een Hollandse man, besluit ze op reis te gaan. Alice is ervan overtuigd dat je lesjes moet trekken uit de dingen die je overkomen, dat het geen zin heeft lang te blijven hangen in negatieve situaties en dat het goed is jezelf aan te kijken, onder ogen te zien wat je zelf hebt gedaan om in een bepaalde situaties terecht te komen.

Vastbesloten te leren andere keuzes voor zichzelf te maken vloog ze half februari naar de westkust van Australië. Ze had een jaar voor zichzelf uitgetrokken om te reizen, te werken, nieuwe mensen te leren kennen en tot rust te komen. Ze wilde een nieuwe versie van zichzelf worden.

In Perth stuit ze op een advertentie van een gescheiden man die alleen in een groot huis in een welvarende buurt achterblijft na zijn scheiding. Hij verhuurt twee kamers en is van plan op korte termijn zelf voor werk naar Melbourne te vertrekken. Alice valt voor het idee een tijd in een rustige wijk te kunnen wonen, de ruimte te hebben met slechts een huisgenoot. Ze vindt een kantoorbaan en accepteert de kamer.

But the shit hits the fan. Covid-19 wordt ook op het eiland geconstateerd. De horeca sluit, sportcentra sluiten, alle publieke leven wordt stilgelegd. Alice is alleen in Australië en heeft nog geen kans gehad een sociaal leven op te bouwen. Ze besluit niet hals over kop terug naar Dublin te vertrekken maar te blijven. Het werk van haar huisbaas in Melbourne wordt geannuleerd wat maakt dat hij thuis moet blijven. Er wordt een co-ouderschap met zijn 2 kinderen opgestart. En zo woont Alice ineens met vier vreemden in een vreemd huis in een vreemd land.

Alice en ik hebben elkaar het afgelopen jaar vaker telefonisch gesproken. Ook hebben we elkaar geschreven, persoonlijke verhalen zijn van Dublin naar Nijmegen en teruggevlogen. We hebben elkaar nog nooit ontmoet.

We kijken elkaar nu aan door ons telefoonscherm. Alice is een prachtige vrouw. Met een zachte en indringend blik vertelt ze me hoe bijzonder het is met haar nieuwe huisgenoten. ‘Ik dacht dat ik alleen wilde zijn, zou nooit vrijwillig hebben gekozen met de nieuwe huisbaas in één huis te zitten, laat staan met zijn twee kinderen en nóg een huisgenoot. Maar we koken dagelijks voor elkaar, houden elkaar in de gaten, drinken ‘s avonds nog een glaasje op het terras.  It’s just wonderful!’

Ze heeft haar kantoorbaan nog behouden en werkt vanuit haar nieuwe kamer door. Over geld hoeft ze zich dus voorlopig geen zorgen te maken. Ze denkt erover haar verblijf in Australië met een jaar te verlengen zodat ze echt kan settelen en in haar vakanties haar uitstapjes kan gaan maken. Ze praat kalm en weloverwogen, in niets hoor ik meer de verscheurde en gedesillusioneerde jonge vrouw die ik een half jaar geleden aan de telefoon had.

Als we ophangen schiet de uitdrukking What doesn’t kill you makes you stronger door mijn hoofd, wat ik meestal een tamelijke kuluitspraak vind. Er zijn veel dingen die mij niet om hebben gelegd en me misschien sterker hebben gemaakt maar me ook hebben beschadigd. Sommige ervaringen of sommige mensen had ik mijzelf liever bespaard. Alice ook. Maar ze heeft het in haar voordeel gebruikt, weet wie ze niet wil zijn, in welke situatie ze niet meer wil zitten en in welke wel, en daar zit ze voorlopig prima. Good for her!

Maar niet immuun voor liefde – 10.

Curaçao | Een duiker, een renner, twee pubers en wat honden

Wij verloren elkaar al vrij snel na de eindmusical van de lagere school uit het oog, maar ik heb nog levendige herinneringen aan Manouk. Manouk met wie ik uit spelen ging, met wie ik gympje deed in de achtertuin, rauwe hazelnoten zocht in het bosje achter, verstoppertje in de wijk.

Ze vertrok naar Curaçao om daar als duikinstructeur aan de slag te gaan, viel head over heals voor de fietsenmaker en bouwde daar een bestaan op. Een bestaan waarin twee kinderen een plek kregen en de winkel werd uitgebouwd tot een goedlopende zaak. De foto’s die ik zo nu en dan op Facebook voorbij zag komen waren altijd in beweging: het gezin op de fiets, in het water, aan de wandel op het eiland. Een plaatje.

Op Curaçao werd op 13 maart de eerste coronabesmetting geconstateerd bij een toerist. Vanaf toen ging het snel. Scholen en restaurants werden gesloten. Toeristen moesten zo snel mogelijk het eiland verlaten. Eilanders gingen gedwongen twee weken in quarantaine nadat ze thuis kwamen. Alles om een uitbraak tegen te gaan. Curaçao telt 160.000 inwoners en één klein ziekenhuis met zeven officiële IC-bedden. Er zijn momenteel acht IC-plekken bijgemaakt.

Op zondag 29 maart werd een complete lockdown afgekondigd. 

Ze wíst wel dat het huis niet zo groot was, maar het was er nooit zo van gekomen daar iets aan te doen. Het was ook niet zo hard nodig want in zo’n zonnig klimaat, leef je veelal buiten. Daarnaast zijn het alle vier tamelijk beweeglijke types, dus thuis ben je om te slapen en te eten, maar buiten is het te doen.

Het gezin ontwaakt net als ik haar bel. Op de achtergrond een blauwe lucht, het is 29C. Voor hun gaat dag van thuis blijven in. De regels zijn helder: één persoon mag twee keer per week boodschappen doen. Aan de hand van de kentekens word je geregistreerd. Naast de boodschappen mag je je eigen huis of tuin niet verlaten, op straffe van FL. 400,- . De honden doen hun behoeftes in de tuin. De kinderen van resp. 11 en 12 jaar oud doen hun huiswerk achter de laptop, maar momenteel is het paasvakantie en dus hebben ze vrij. Manlief en zoon hebben een racebaan gebouwd zodat ze over hun eigen zwembadje kunnen knallen met het minifietsje. ‘Het bouwen van de baan was alweer een hele dag bezig zijn.’ Ze lacht erbij. Soms trekt ze iedereen achter het beeldscherm vandaan om een spelletje te doen en als het regent kunnen ze met z’n vieren een glijbaan maken van zeepsop op het terras. Zo bedenk je nog eens wat. Achter haar verschijnt haar dochter. Ze is zo oud als wij waren toen we voor het laatst achter elkaar aan holden door de wijk. Ik herken het lieve snoetje.

Je kunt elkaar wel liefhebben, leuk vinden, de mooiste van de wereld, maar opgesloten zitten haalt niet altijd het beste in ons naar boven. De apparaten van de kinderen zijn luid, de een vindt dat de ander te veel beweegt. De ander vindt dat de een zeurt. De laatste doet nooit eens mee aan een spelletje. De eerste denk alleen maar aan zichzelf. Die doet dit en dat doet die en godallemachtig wat irritant.

Soms ga ik vroeg naar bed met een boek, glimlacht ze, daar is airco en het is stil.

Manouk en Barry runnen een fietsenwinkel en organiseren bikeroadtrips. De hele zaak ligt momenteel plat. Mocht je eens naar Curacao gaan, dan weet je nu waar je wezen moet: http://www.dasiacuracao.com/web/

Maar niet immuun voor liefde – 9.

Frankrijk | Margit vliegt heen en weer tussen thuis en ziekenhuis

We waren zestien denk ik, toen we met de voorexamenklassen een week naar Parijs gingen. Op dag twee kwam Margit Jean Marc tegen. Terwijl wij ons stiekem in onze hotelkamers bezatten (er zijn foto’s van over elkaar heen hangende pubermeiden met gifgroene flessen drank en sigaretten gierend van de lach, die ik hier niet zal delen) sneakte zij de kamer uit om op de hoek van de straat met de knappe fransman af te spreken.

Ik ken niet veel van dit soort romantische verhalen die ook werkelijk dúren, maar zij hebben er een. Ze bleven bij elkaar tijdens het eindexamen, tijdens haar medicijnenstudie in Groningen en startten hun gezamenlijke leven in Zuid-Frankrijk. Margit werd spoedarts. Samen hebben ze drie kinderen. De laatste was een kadootje dat zich twee jaar geleden aandiende, tien jaar na de tweede. Het landgoed dat ze samen opbouwden, biedt volop ruimte om te leven en om gasten te ontvangen wat het eenvoudig maakt voor haar familie om Margit te bezoeken.

Haar ouders komen ieder jaar in mei, dit jaar hebben ze voor het eerst hun bezoek geannuleerd. Ze mist ze.

De afgelopen vier weken heeft ze om de dag een 24-uursdienst gedraaid als spoedarts in het plaatselijke ziekenhuis. Concreet betekent dat dat ze haar tijd verdeelt tussen helicoptervlucht, dienst in de tenten buiten het ziekenhuis die dienst doen als opvang en testplaats voor binnenkomende patiënten en de IC. ‘In de eerste week van het bestaan van die tenten kon 90% van de mensen nog naar huis gestuurd worden,’ vertelt ze, ‘omdat ze negatief werden getest of omdat de ziekte thuis goed onder controle te houden was. Inmiddels zijn we gedwongen 90% van de patiënten op te nemen, omdat ze zo ziek zijn.’

De scholen in Frankrijk zijn gesloten sinds 16 maart. Jean Marc zorgt thuis voor de kinderen als Margit werkt. Soms passen de oudste twee even op hun kleine broertje zodat Jean Marc wat onderhoud kan doen aan het huis, de gastenverblijven of de tuin.

Het zijn niet alleen de coronapatiënten die ze momenteel behandelt. ‘Er zijn ook junks die niet meer aan hun drugs kunnen komen en daardoor cold turkey moeten afkicken of in hun wanhoop noodtoestanden veroorzaken. ‘ Ze zucht erbij: ‘en natuurlijk de gevallen van huiselijk geweld.’ Dat het virus immense gevolgen heeft, hoeft niemand haar te vertellen. Ze zit er om de dag met haar neus bovenop, en op de dag dat ze thuis is probeert ze bij te blijven door zich te verdiepen in het wel en wee van andere ziekenhuizen. wat komen ze tegen? Wat is er fout gegaan? Hoe kan het beter? Het ziekenhuis waar ze werkt staat in nauw contact met andere ziekenhuizen in Frankrijk. Haar baas neemt dagelijks deel aan wereldwijde conferenties om op de hoogte te blijven. Zo kunnen ze soms sneller op nieuwe situaties anticiperen, leren van andermans fouten.

Binnenkort zal er een test beschikbaar zijn die kan aantonen of iemand antilichamen heeft gevormd waaruit geconcludeerd kan worden dat diegene covid-19 besmet is geweest en inmiddels dus immuun. De test is van belang. Eén van haar collega-artsen ligt al 10 dagen op de IC, vijf andere collega’s zijn ziek thuis. Er zijn er meerdere die niet meer naar huis gaan uit angst hun eigen gezin te infecteren. ‘Zonder hen kan ik niet werken,’ vertelt ze. Als ze na een 24-uurs dienst thuis komt, gaat ze via een achteringang naar binnen. In een extra badkamer, gooit ze haar kleren in de wasmachine en stapt ze in bad. Pas als ze helemaal schoon is, gaat ze door naar de woonkamer waar haar gezin op haar wacht. Om beurten mogen de kinderen bij mama op schoot.

Margit en Jean Marc verhuren hun prachtige gites aan gasten. Wellicht een idee voor wanneer er weer gereisd mag worden: http://www.mas-de-causse.com/mas-de-causse-gite-france-4-epis-nl/domein.html

Maar niet immuun voor liefde – 8.

Canada | Rebecca, Martin, moeder en de kinderen

Ik zag haar voor het laatst in Australië, toen zij daar woonde en ik bij haar crashte. Ik ging even aan de slag als schoonmaakster, reed van adres naar adres, poetste daar een ieders huis een week of drie lang tot ik weer voldoende geld had om de tank vol te gooien en door te reizen. ‘s Avonds zaten we in de tuin met goede wijn, de lage zon op onze kop. Brisbane.
Nu bellen we in via Facebook en lachen even verlegen naar elkaar. Ze is nauwelijks veranderd. Een mooi rond open gezicht, scherp getekende wenkbrauwen boven fonkelende ogen. We zijn beide twee kinderen en een stuk of wat relaties verder. Haar jongste komt op de achtergrond aanlopen, een kleine mini-zij, of ze even kan helpen met de iPad. Ze verontschuldigt zich, prutst wat aan het ding en belooft dan de kleine jongen straks te komen, eerst even chatten met Haidie.
Uit het raam laat ze me de tuin zien, die ongeveer even groot is als mijn wijk. Grote esdoorns, de grond bezaaid met goudbruin blad. Op de veranda staat een vuurkorf. Er slingeren slordig wat stoelen omheen.

Zij en haar man werken beide voor de overheid. Zij als Senior beleidsadviseur bij innovatie, wetenschap en economische ontwikkeling en hij bij het ruimteagentschap, de Canadese Nasa zeg maar. Twee jongens hollen rond in het huis, van vijf en tien jaar oud. Martin moest begin maart naar the UK voor zijn werk. Met argusogen volgde ze het nieuws. Of het wel door zou gaan? Of het wel door móest gaan? En toen hij eenmaal daar was Of hij wel thuis zou komen. Dat kwam hij maar met een snotneus en een gloeiend voorhoofd. In de tussentijd ging haar werk gewoon door, en was ze gepromoveerd tot thuisjuf voor haar twee jongens. Aanpoten dus. Niet ongewenst dat moeder op de stoep stond om te helpen.

Met moeder van achterin de zestig in huis moest Martin in quarantaine in eigen huis en dus werd de kelder in orde gemaakt zodat hij gebruik kon maken van een eigen keuken, een eigen badkamer. Ik ken Rebecca als een slimme, doortastende vrouw en zie zo voor me hoe ze de boel had georganiseerd. Een strakke planning op het whiteboard voor de kinderen, een geïmproviseerd appartement in de kelder voor haar man. Zelf aan het werk. Ze schatert als ik haar vertel dat ik ga schrijven over hoe ze haar man twee weken heeft opgesloten in de kelder, dat ik er misschien de krant wel mee haal. Gierend schudt ze haar hoofd. Hij mocht wel aan schuiven hoor bij het eten, zegt ze, alleen niets aanraken, en na het eten hup weer naar beneden.

Inmiddels zijn de twee weken voorbij. Iedereen is gezond. De kinderen spelen veel buiten met de buurkinderen. Ze snappen dat ze ten allen tijde twee hockeysticks afstand moeten houden van elkaar en daar is gelukkig volop ruimte voor.

but not immune to love – 8.

Canada | Rebecca, Martin, her mom and the kids

I last saw her in Australia when she lived there and I crashed with her. I went to work as a cleaning lady, drove from address to address, cleaned everyone’s house there for about three weeks until I had enough money again to fill up the tank and travel on. In the evening we sat in the garden with good wine, the low sun on our heads. Brisbane.

Now we call in via Facebook and shyly laugh with each other. She has hardly changed. A beautiful round open face, sharply drawn eyebrows above sparkling eyes. We are both two children and some relationships further on. Her youngest one comes running into the background, a little shy, asking if she can help with the iPad. She apologizes, tinkers a bit with the thing and then promises the little boy  she will come, but first a chat with Heidi.

Out the window she shows me the garden, which is about the same size as my neighborhood. Large Maple trees, the ground dotted with golden-brown leaves. On the porch is a fire firepit. Around it are some chairs.

She and her husband both work for the government. She’s a senior policy advisor on innovation, science and economic development and he’s with the space agency, Canada’s version of NASA, so to speak. Two boys are running around the house, five and nine years old. Martin had to go to the UK in early March for his work. She followed the news with suspicion. Whether the trip would continue? If it had to go through? And once he was there, whether he would make it back home. He returned with a mild scratchy throat.. In the meantime, her work continued and she was promoted to homeschooling teacher for her two boys. Feeling quite shut in. Fortunately her mother was there to help.

With her mother of sixty-seven years in the house Martin had to be quarantined in his own house, so the basement was cleaned up so he could use his own kitchen, his own bathroom. I know Rebecca as a smart, determined woman and see for myself how she had organised things. A tight schedule on the whiteboard for the children, an improvised apartment in the basement for her husband. Working on her own. She laughs when I tell her that I’m going to write about how she locked her husband in the basement for two weeks, that I might get into the newspaper with it. Laughing, she shakes her head. She says he was allowed to join the family for dinner, only not to touch anything, and after dinner he would go back downstairs.

Meanwhile the two weeks are now over. Everyone is healthy. The children play a lot outside with the children next door. They understand that they have to keep two hockey sticks away from each other at all times and fortunately there is plenty of room for that.

Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)

Maar niet immuun voor liefde – 7.

Nederland | Ikzelf, de Liefde, het kind, haar vader, het andere kind, zijn meisje, de hond en haar verloren zusje

Ik had mij teruggetrokken in een schrijvershuis om de laatste hand te leggen aan mijn nieuwe dichtbundel in de week dat de pleuris langzaam maar zeker Nederland binnenviel. Mijn lief drukte me ’s avonds aan de telefoon op het hart een keer naar het nieuws te kijken omdat ik daar wellicht een verklaring zou vinden voor de stille straten in Watou, waar ik verbleef. Toen ik thuis kwam op vrijdag de 13e ontving ik een bericht van mijn ex-man die liet weten dat de kinderalimentatie wellicht op zich zou laten wachten deze maand, door de cornonacrises was er aardig wat werk geannuleerd. Twee uur laten werd in een stroom aan mailtjes mijn hele agenda schoongeveegd. Het was duidelijk.

Mijn lief en ik reizen al een jaar tussen Amsterdam en Nijmegen heen en weer. Nadat mijn dochter vorig jaar zomer besloot voltijds bij mij te willen wonen, werd het lastiger om nog weekendjes in Amsterdam te verblijven en dus komt hij vaker hierheen dan dat ik daarheen ga. Ze kunnen het goed vinden; de dochter en de Liefde en dat maakt mij blij hoewel ik de kinderloze weekenden in Amsterdam mis, maar goed, het zal niet zo heel lang duren voordat mijn nu vijftienjarige dochter mij het huis uitkijkt en hoopt op weekenden alleen thuis. Nu echter nog niet en dus besloten we de eerste crisistijd, die we na het Boekenbal allebei snotverkouden ingingen(!) samen door te brengen. We waren nog niet eerder langer dan een dag of vijf aaneengesloten bij elkaar geweest. Nu nam hij een weekendtas mee met voor twee weken schoon goed, richten we een werkkamertje in in het washok, veegde ik wat lades schoon in mijn kledingkast en maakten we afspraken over de huishoudelijke taken en de boodschappen. Het was net echt.

We besloten twee weken alle contacten tot een minimum te beperken. Terugkijkend op het Boekenbal, waarbij we het nogal dolletjes hadden gemaakt, Jan en alleman hadden gesproken en omhelst en uren lang dicht opeengepakt hadden staan dansen, leek de kans dat we besmet waren ineens niet zo klein.

Er ontstond een fijn dagritme van werken, dollen, fietsen, zwemmen, werken, uitgebreid koken, huiswerkbegeleiding, wandelen, borrelen, spelletjes doen en filmpjes kijken. We hielden elkaar nauwlettend in de gaten maar er ontstond geen koorts en de snotneuzen droogden op. Mijn dochter hield óns nauwlettend in de gaten en merkte scherp op dat de dagen op rij werden afgesloten met een biertje in de tuin en een flesje wijn bij het eten. Of we het zelf normaal vonden dat we ineens iedere dag dronken. Oja. Nee dus. Bedankt. Sorry we vergisten ons even tussen coronacrisis en zomervakantie!

Vlak voor de crisis hadden we net samen besloten een puppy op te vangen die vanuit Spanje naar Nederland zou komen. We kregen filmpjes doorgestuurd van het opvangadres daar die haar nu niet konden brengen. Als er een filmpje binnen komt, lassen we regelmatig een gezamenlijk kijkmoment in. Zo komen ook de berichtjes binnen van zoonlief (20) die zich met zijn meisje heeft verschanst in hun studentenhuis. Er zijn ergere tijden voor jong verliefde stelletjes die niet veel meer nodig hebben dan elkaar. Van anderhalve meter afstand is absoluut geen sprake.

Vorige week brachten we de Liefde met de auto terug naar Amsterdam, om de post te bekijken en de planten water te geven. Eenmaal daar besloten we dat ik alleen met de dochter zou terugrijden om haar een paar dagen alleen met moeder te gunnen. Wij hebben elkaar gevonden, en zij hebben elkaar gevonden maar het is voor een kind toch anders als een van de ouders ineens een nieuwe figuur het huiselijk hol in sleept. Ze zijn matties, maken lol, hij helpt haar met haar huiswerk, ze hebben hun eigen taaltje. Ik zie hoe ze langzaam maar zeker aan elkaar gehecht raken en dat ontroert me, maar ze maakt me ook duidelijk dat het háár huis is en dat ze de ruimte nodig heeft om soms zonder anderen te zijn. Begrijpelijk. In de dagen dat we met z’n tweeën waren, kroop ze weer bij mij in bed.

Ik zie mijn dochter op een totaal nieuwe manier. Ik begrijp ineens de worstelingen op school omdat ik nu voor mij ogen zie gebeuren hoe haar spanningsboog na pak-em-beet-vijftien minuten breekt, hoe ze opleeft als ze veel kan bewegen, hoe lastig ze het vindt alleen te zijn. De Liefde en ik vinden een nieuwe vorm in het echte leven. Eén dat niet meer van de plezieruitjes aan elkaar hangt maar ineens ook gaat over geldzorgen, kinderen opvoeden, boodschappen en wie maakt de wc schoon en ik houd van dit echte leven. Er is veel en intens contact met mensen om ons heen, en ook wanneer het minder is voel ik mij ontzettend in verbinding. Niet alleen met de mensen in mijn leven maar met de mensen overal. Ik volg hoe het ons vergaat, ons allen. Het maakt dat ik soms zit te slikken bij het journaal, dat ik mij eens te meer realiseer hoe goed ik het getroffen heb, hoe omringd ik ben en hoe werkelijk de overgrote meerderheid van de mensheid deugt, ontzéttend deugt en dat is winst!

Maar niet immuun voor liefde – 6.

Gene & Margot falling in love all over again

Ze heeft zacht, steil, helblond haar. Als ze lacht, toont ze een verleidelijk speels spleetje tussen haar voortanden. Als manager (Verenigd Koninkrijk & Ierland) van een wereldwijd opererend medicijnenproducent vliegt Margot (49) wekelijks de wereld over. Het is niet ongebruikelijk dat ze binnen tien dagen twee of zelfs drie continenten aandoet om vergaderingen bij te wonen, teams aan te sturen, andere leidinggevenden bij te praten en met eigen ogen te zien hoe de samenwerkingen verlopen. Ze praat over haar werk met lichtjes in haar ogen. Bevlogen, enthousiast en is nooit vergeten waar ze vandaan komt, eerst van de boerderij tóen van nursing school. Zelf heeft ze jarenlang op Crocs door de ziekenhuisgangen gerend. Het maakt nu dat ze kan levelen met iedereen van top tot werkvloer en dat heeft in haar voordeel gewerkt.

Thuis is ze al 21 jaar bij Gene, een grote, ietwat kalende man van 64 met een lieve blik en een grote grijns. Ze bouwden hun huis op het platteland van Ierland. Ze zijn gewend hun belevenissen van de dag door te praten aan de telefoon. Zij vanuit een anonieme hotelkamer. Hij vanuit het echtelijk bed vanwaar hij geniet van het adembenemende uitzicht. De wereld is hun achtertuin.

Gene is als therapeut gespecialiseerd in het behandelen van seksuele trauma’s. Het is een zachtaardige man, die je aandachtig aankijkt als hij met je praat, luistert naar wat je te zeggen hebt. Ook iemand met het hart op de tong, met ver reikende interesses die hij graag met je deelt. Een idealist wellicht. Iemand die tegen beter weten in blijft geloven in een goede wereld. Eén waarin we elkaar liefhebben, helpen en respecteren. Ook is hij een man die lijdt aan multifocale motore neuropathie, een spierziekte waarbij traag maar geleidelijk aan spierweefsel wordt ingeboet. De spieren worden dunner, de kracht minder. Op slechte dagen lukt het hem niet zich af te drogen na het douchen.

Ierland zit in een complete lockdown. Horeca is al weken gesloten. Er is permissie nodig om de deur uit te gaan. Margot zit thuis. Ze kan zich niet herinneren wanneer ze voor het laatst zo lang thuis is geweest. Vanuit haar werkkamer woont ze conferenties van over de hele wereld bij, dat is niet veranderd. Maar in plaats van om half vijf gaat haar wekker nu om 8 uur. Gene maakt het ontbijt. Ze werken beide tot een uur of 11, drinken dan samen koffie in de tuin. Er wordt gelunched, gekletst, gewandeld, gewerkt, gepraat en liefgehad. Zo ver van de bewoonde wereld is het gemakkelijk om niemand te hoeven zien. De enige weg naar hun huis toe is slechts één auto breed. Je ziet een ander aankomen en kan voorbij laten gaan. Het grote huis heeft voldoende bergruimte voor proviand. Boodschappen doen hoeft maar eens per week.

There’s shit on top of the good stuff. Gene neemt zijn cliënten liever mee uit wandelen dan dat hij ze op een sofa in de spreekkamer legt. The shit moet eraf, dan blijft de good stuff over.

Bij henzelf is ook de shit eraf. Bij haar de werkdruk, de jetlags, het onregelmatige leven. Bij hem het alleen zijn, geen hulp kunnen krijgen wanneer dat wel nodig is. De good stuff viert hoogtijdagen. Ze zijn dat samen, good stuff, met uitgebreide maaltijden, mooie wandelingen, lieve momenten in een klein klein wereldje met een grote tuin.

(Translation by Gene Barry)

Gene & Margot falling in love all over again

She has soft, straight, bright blond hair. When she smiles, she shows a seductively playful slit between her front teeth. As manager (United Kingdom & Ireland) of a globally operating drug producer, Margot (49) flies around the world every week. It is not uncommon for her to visit two or even three continents within ten days to attend meetings, manage teams, catch up with other executives and see for herself how the collaborations are progressing. She talks about her work with lights in her eyes. Enthusiastic and has never forgotten where she comes from, first from the farm to nursing school. She herself ran through the hospital corridors on Crocs for years. It now allows her to level with everyone from top to shop floor and that has worked to her advantage.

At home she has been with Gene for 21 years, a tall, somewhat balding 64-year-old man with a sweet look and a big grin. They built their house in rural Ireland. They are used to talking about their experiences of the day by talking on the phone. She from an anonymous hotel room. He from the matrimonial bed from where he enjoys the breathtaking view. The world is their backyard.

Gene is a therapist specializing in the treatment of sexual trauma. It is a gentle man who looks at you carefully when he talks to you, listens to what you have to say. Also, someone with a heart on the tongue, with far-reaching interests that he likes to share with you. An idealist perhaps. Someone who continues to believe in a good world against their better judgment. One in which we love, help and respect each other. He is also a man who suffers from multifocal motor neuropathy, a muscle disease in which muscle tissue is slowly but gradually lost. The muscles become thinner, the strength less. On bad days he cannot dry himself after showering.
Ireland is in a complete lockdown. Horeca has been closed for weeks. Permission is required to go out. Margot is at home. She can’t remember the last time she was home. She has attended conferences from all over the world from her office, which has not changed. But instead of half past four her alarm clock now rings at 8 o’clock. Gene makes breakfast. They both work until 11am, then drink coffee together in the garden. We have lunch, talk, walk, work, talk and love. So far from civilization it is easy not to have to see anyone. The only way to their house is only one car wide. You see another coming and can let it pass. The large house has ample storage space for provisions. You only have to do your shopping once a week.

There’s shit on top of the good stuff. Gene would rather take his clients out for a walk than put them on a sofa in the doctor’s office. The shit has to go off, then the good stuff remains.

Their shit is also gone. For her the work pressure, jet lag, irregular life. For him the being alone with him, not being able to get help when necessary. The good stuff celebrates its heyday. They are that together, good stuff, with extensive meals, beautiful walks, sweet moments in a small little world with a large garden.

Transation by Gene & Google